Een doodgewone dag, of men deze uitdrukking kan gebruiken als het over het leven en werken in een tank Eskadron anno de jaren tachtig is een goede vraag.

B Eacadron sDe voorbereidingen van grote oefeningen en schietperiodes zorgden er wel voor dat er van een dagelijkse routine zo goed als geen sprake was, 24 en 48 uren op oefening werd regelmatig ingepland.

Na aftrek van al die oefeningen en de verlofdagen bleef toch nog genoeg dagen over die men min of meer als doodgewoon kon noemen.

Maar voor we nu zo een dag gaan bekijken, hoe zag een Eskadron er eigenlijk uit, materiaal, personeel, structuur, alles bij elkaar was dat een kleine gemeenschap opgebouwd rond drie pelotons van vier tanks.

En hier hebben we al het grootste en voornaamste deel van het materiaal en het personeel, twaalf tanks met elk vier man bemanning.

Twaalf chauffeurs, twaalf kanonniers en twaalf laders, zesendertig manschappen die werden geleid door drie Officieren peletonscommandanten en negen Onderofficieren tankcommandanten waarvan er drie de functie van pelotonsadjunct vervulden.

Deze achtenveertig mensen vormden de slagkracht van het Eskadron, en hier moeten we nu nog onze dertiende tank aan toevoegen, kwatongen durfden al wel eens beweren dat deze diende voor de wisselstukken maar deze tank was van de Escadronscomandant en zijn bemanning.

Tweeënvijftig man “op tank” en dan het Stafpeloton, terwijl de Eskadronscommandant de tactiek leidde zorgde onze tweede commandant als vijfde officier in het Escadron voor de materiële problemen.

Voor het materieel hadden we ook onze mensen, rupsen en wielen hebben onderhoud nodig en hier waren een Onderofficier mechanieker rupsen en een Brigadier mechanieker wielen voor verantwoordelijk.

Het herstel tweede echelon van de bewapening, dertien 105 mm kanonnen, 28 machinegeweren MAG en de persoonlijke wapens was de verantwoordelijkheid van de Onderofficier bewapening en zijn Brigadier terwijl de Onderofficier Radio met zijn Brigadier alles er aan deed de radio's en het bijbehorende materiaal in orde te houden.

De onderofficier QM en zijn bediende/chauffeur waren dan weer verantwoordelijk voor al het andere materiaal dat het Eskadron bezat, en zeker niet over te slaan, de SSM en zijn “planton” die alle administratie op zich namen.

Hier kwamen dan nog bij de twee chauffeurs CVRT en twee chauffeurs wielvoertuigen, in het Stafpeloton waren twee CVRT Spartan's voorzien, twee MAN,twee Unimog, een jeep en later kwam er nog een moto bij.

Aan personeel hadden we ook nog enkele onzichtbare, onze twee koks, die deden hun dienst centraal geregeld in Messes en keukens en kwamen alleen met het Escadron mee als we ergens afgedeeld werden.

Wie we nooit te zien kregen, onze tien complementairen waarvan de uitrusting bij de QM stond, dit waren chauffeurs en kanonniers uit de reserve die in oorlogstijd opgeroepen werden.

Tel nu zelf maar uit hoe klein een Eskadron was, eender op welk getal ge uitkomt, die mensen waren niet allemaal tegenwoordig op een “gewone” werkdag, er was er altijd wel een die eens een verlofdag opnam, anderen die op cursus of op een zending waren.

In die tijd was het ook nog de professionalisatie die het hoge woord voerde, de acht tot tien dienstplichtigen die we hadden werden vervangen door beroeps, en op een moment kwamen er geen dienstplichtigen meer toe in de gevechtseskadrons en was de aanwerving van beroeps nog niet voltooid, vandaar dat sommige groepsfoto's van een Escadron nogal aan de magere kant uitvallen.

Het spreekt vanzelf dat een dergelijke onderbezetting het leven in een Escadron voor niemand gemakkelijk maakte voor iedereen.

En om iets over dat leven te schrijven kan ik me best terugplaatsen in de rol van Onderofficier van week, die was als eerste uit zijn bed, meestal met behulp va een telefoontje uit het wachtlokaal.

Wakker worden, wassen en aan het werk, appel heette het en het kwam er neer alle “living in” in het Escadron, in mijn geval het B Eskadron van het Vierde Lansiers, uit hun bed te halen.

Ongeacht de dienstgraad, de getrouwde militairen betrokken een woning buiten de kazerne en waren dus “living out”, oudere beroeps hadden een kamer in een aparte blok zodat de “living in” op de gang van het Eskadron bestonden uit de jongere beroeps en dienstplichtigen, nu wisten die ouderen goed genoeg als ze niet braaf waren dat ze hun mooi kamertje terug konden ruilen voor “de gang”.

Inderdaad een gang, het Eskadron was gelogeerd op een verdiep in een blok, buiten de slaapkamers waren er in die gang ook de burelen van de Commandant, de tweede Commandant en de SSM, het weeklokaal en een lokaal voor de Onderofficieren.

Onder het dak op de zolder hadden we nog een leslokaal en waren ook de QM en de wapenmakers geïnstalleerd, de TrO had zijn lokalen bij zijn colega's van de andere Eskadrons in de kelder van een nieuwbouw en de mechaniekers hadden hun eigen werkplaats in de garages.

Op die zolder had het Eskadron ook nog een eigen Bar, niet groot en ook niet bedoeld voor dagelijks gebruik, meer voor gelegenheden zo als bevorderingen en eens per jaar een eigen Eskadronsfeestje, en had het Eskadron het geluk een kunstzinnige chauffeur of kanonnier te hebben dan kreeg die Bar een eigen toets.

Eens iedereen uit zijn bed was begon de drukte, de Brigadier van week kwam nu ook naar het weeklokaal, een van de twee moest hier zijn en dan werd er op afspraak beurtelings gegeten, en zo rond een uur of zeven als de ganse bende terug was van het ochtendmaal begonnen de karweien, waszaal, WC, trappen, gang, om het kort te houden, in het ganse Escadron werd duchtig geschrobd onder het alziend oog van de weekdienst.

En alziend moest men zijn, het zal niet de eerste “SousOff” zijn die een pad in de korf gedraaid werd, heel het Eskadron wist dat zo rond half acht de SSM in het Eskadron opdook en die was niet alziend maar helderziend, met al zijn jaren ervaring, was er maar een halve trede slecht gepoetst dan was het Eskadron te klein, en de OnderOfficier met weekdienst nog kleiner.

Kort na de SSM begonnen ook “de getrouwde sloeffen” toe te komen, iedereen moest zich gereed maken voor de dienst en hier waren voor het eerste uur twee mogelijkheden, was er sport voorzien dan kwam men in sportkledij toe en was men redelijk relax, twee keer per week was er vlaggengroet en dat betekende dan weer werk aan de winkel met het in orde brengen van de kledij, de zwarte gordel en het bijbehorende koper nog even opblinken.

Op die dagen ging dan ook het wapenmagazijn open en moesten de wapens op tijd afgehaald worden door de soldaten, wij als Onderofficier namen wel deel aan de vlaggengroet maar dan zonder wapen, waarom denkt ge, gewoon omdat na de vlaggengroet de rest van het uur drill werd gegeven, de SSM duidde dan een collega aan gaf de voorkeur aan de laatst toegekomen in het Eskadron, tenzij hij een gordel zag die niet aan zijn normen voldeed ... “Chefke ... Uw koper blinkt niet he Chefke ... geef maar een uurtje drill”.

Stond er het eerste uur sport op het programma dan was het eenvoudig, na de verzameling en het appel om acht uur een kilometer of vijf door het landschap lopen, aansluitend opfrissen en het was al half tien, break.

Zo ver zijn we nog niet, bij het wekken werd er genoteerd of iemand naar de dokter wil, die namen worden door het weekpersoneel genoteerd in het ziekenboek, samen met dit boek vertrekken de zieken nu naar de infirmerie, en ook word nu het gebruikte poetsmateriaal verzameld en opgeborgen.

Kwart voor acht en vermits in elk leger elke chef zijn tijd neemt, druk op de bel en brul door de gang, verzaaaaameling, en heel het Eskadron stelt zich op voor de blok, en we beginnen aan het appel.

Heel klassiek met een open de gelederen, kledij, schoenen, alles word grondig gecontroleerd, nadat de gelederen terug gesloten werden volgde het eigenlijke appel waarbij iedereen nominatief geroepen werd en moest antwoorden met “tegenwoordig”, voor de grapjassen die het waagden met tegenwezig of aanwoordig te antwoorden had de SSM wel een verassing in petto.

En dan begon het ceremoniele gedeelte van de dag, de Onderofficier met weekdienst gaf het Escadron over aan de SSM met de mededeling “iedereen tegenwoordig” zelfs al waren er afwezigen, die waren achter de hand al gemeld en iedereen aanwezig klonk gewoon beter.

Op zijn beurt gaf dan de SSM het Eskadron over aan de Oficier met weekdienst die het dan aan de Eskadronscommandant overdroeg, na de gebruikelijke korte speach gaf deze het escadron terug aan de SSM en deze gaf dan weer het bevel door aan een Officier of Onderofficier die het Escadron verder begeleidde naar het eerste uur.

En hier hadden we dan weer de twee mogelijkheden, was het sport dan was de Officier met weekdienst die direct met het Eskadron op een loop schoot en was het vlaggengroet dan wist men welk “Chefke” er bij de SSM uit de gratie gevallen was, de Onderofficier die het Eskadron naar het paradeplein mocht brengen was ook diegenen die de drill zou geven.

Na de vlaggengroet of de sport begint dan de rest van het programma, en hier is dan weer voldoende variatie in terug te vinden, theoretische lessen in de zaal, onderhoud van de voertuigen in de garage, schieten kleine wapens op de schietstand, zo wat alles wat in het militaire leen kan voorkomen kwam op het programma terecht.

En toch moeten we hier weer verschil gaan maken tussen de Onderofficieren en de “troep”, eerst een recht zetten dat de uitdrukking “troep” uit het Franstalige trouppe is overgenomen en een traditionele benaming was tot een minister deze uitdrukking verbood.

Binnen het Escadron waren de jonge Onderofficieren ook onderrichter en gaven dus verschillende lessen aan de troep, deze lessen gingen over alle onderwerpen die een soldaat moet kennen, EHBO, herkenning van bevriende en vijandelijke voertuigen, de bewapening, militaire reglementen, te veel om hier alles op te noemen.

Ook de Officieren en Onderofficieren kregen nog regelmatig les, meestal gebeurde dit op een hoger niveau maar regelmatig nam de Eskadronscommandant zijn “bende” mee op het terrein voor lessen in tactiek, voor hem was het perfect mogelijk om al zijn pelotons en tankcommandanten “door het terrein te sleuren” terwijl de tweede commandant met de SSM, de QM en de TrO de rest van het Eskadron in de theoriezaal bezig hielden.

Om kwart voor tien was er een onderbreking, vijftien minuten break genoemd en heilig verklaard, hier werd gretig gebruik van gemaakt om in de respectievelijke bar's snel iets te gaan drinken en een broodje te eten, in de afgelegen garages was dit mogelijk maar van daar werden er twee man naar de bar gestuurd om de nodige flessen chocomelk en broodjes aan te slepen.

Over het algemeen stond men als OnderOfficier in de voormiddag “ter beschikking” van de SSM, die had altijd wel links of rechts iets te doen voor ons, in ieder geval was het om half elf klaar staan om de kandidaten voor “de elf uren mis” te gaan halen, om elf uur deed de Eskadronscommandant het rapport en er waren er altijd wel een paar die het nodig vonden iets te mispeuteren.

Ondertussen is het middag geworden, iedereen bergt zijn zaken op en maakt zich klaar om te gaan eten, punt om twaalf uur worden de activiteiten gestopt en mogen de getrouwden terug naar huis, de Officieren en OnderOfficieren gaan naar hun respectievelijke Mess terwijl de troep naar de eetzaal begeleid word door de Brigadier met weekdienst.

In het weeklokaal blijft een eenzaam persoontje zitten, de telefoon moest eens bellen, iemand moest eens op het idee komen tussen de soep en de patatten door een alarm te geven, gelukkig genoeg mag de OnderOfficier met weekdienst een half uurtje vroeger gaan eten.

Garage sEen uur, we verzamelen het Eskadron terug en de dienst hervat, dikwijls werd er een beetje afgewisseld, was er in de voormiddag theorie dan werd de namiddag onderhoud van de tanks op het programma gezet, na grote oefeningen gebeurde het wel dat we een ganse week zowel in voor als in de namiddag aan de “bakken” werkten, maar over het algemeen verliepen de namiddagen in de kazerne vrij rustig.

Werk in de garage, hier werd veel tijd besteed, er was een systeem van checklisten, een voor de toren en een voor het onderstel, en dat was zo een voor elke maand zodoende had ieder bemanningslid altijd wel iets te doen.

Er waren niet alleen de maandelijkse maar ook driemaandelijkse, zesmaandelijkse en jaarlijkse lijsten, en elke keer betekende dat meer werk, voor de jaarlijkse lijst betekende dit ook motor er uit, olie verversen en zo meer.

Iedereen deed niet alleen zijn eigen deel van het werk maar hielp ook de andere bemanningsleden van de tank, moesten de bouten aan het onderstel op spanning gebracht werden reed de chauffeur de tank beetje bij beetje vooruit terwijl de kannonier en lader de krachtsleutels hanteerden.

Soms was zelfs het heel Eskadron nodig voor een gedeelte van een werk, draai maar eens een ketting van twee ton die plat op de grond ligt om, de rubber blokken vervangen kon de bemanning dan weer alleen aan.

Niet alleen de tank maar ook het boordmateriaal moest onderhouden worden, hier was een heel gamma gaande van werktuigen, reserve onderdelen tot en met het afdekzijl en het camouflagenet dat uitgepakt, gecontroleerd, gekuist en terug op zijn voorziene plaats gestuwd moest worden.

In de zomer was dat nog wel vrij aangenaam om in de garage te werken, de winter was wat anders, zonder handschoenen was het vrijwel onmogelijk iets te doen zonder aan de tank te blijven plakken, ook in de toren die in een vriesnacht afkoelde, het eerste bevel dat dan gegeven werd was motor starten en “chauffer chauffage”.

Om drie uur was er nog een break voorzien en om vijf uur stipt het einde van de dienst, maar dit dan weer niet voor het weekpersoneel.

Terwijl de Brigadier met weekdienst ging eten begon de OnderOfficier aan het alarmbord, dit bord hing in de gang tegenover de ingangsdeur, en hier op stonden alle tanks en hun bemanningen aangeduid.

Om vijf uur kwamen alle gegevens samen op de weekdienst, van de mechaniekers kregen we welke tanks in panne stonden, van de pelotonscommandanten welke in onderhoud waren en in welke toestand ze waren, zo kon het gebeuren dat er een tank stond met uitgebouwde motor en een andere met uitgebouwde batterijen.

Van elke tank die niet direct kon vertrekken werd ook de nodige tijd vermeld die nodig zou zijn om ze operationeel te maken.

Van de SSM kwam dan de situatie personeel, wie is er in verlof, wie is er ziek, wie komt er deze nacht om twaalf uur terug.

Met die gegevens kon men dan beginnen aan de dagelijkse puzzel om in geval van alarm het maximum aan tanks buiten te laten rijden, dat was een verschuiven van personeel en voertuigen om pelotons compleet te maken en zo was het niet zeker dat in geval van alarm iedereen op zijn eigen tank zat.

Zeven uur, weer appel, van de gestraften deze keer, en waren er gestraften dan was het met de gerstaftenboek onder de arm voorwaarts mars, naar de Adjudant met weekdienst, die had altijd wel een karwij voor die mannen.

Tien uur, appel, nog een keer alle slaapkamers in de gang aflopen en noteren wie er niet is, nog eens met die lijst naar het wachtlokaal wandelen, die mannen mogen nog tot twaalf uur zich daar aanmeleden, van de gelegenheid gebruik maken om de postcommandant te zeggen dat hij me morgen vroeg moet bellen, zeker is zeker, de stroom moest eens uitvallen en de radioklok ook.

Half elf, de Bar OnderOfficieren is nog open, met de drie collega's van de andere Eskadrons nog even gaan “debriefen” en de dag zit er op.

 

 

De "Gill" klaar voor de parade

 

Het B Eskadron op parade

 

Het B Eskadreon september 1983