Inleiding

De oorsprong van deze cavalerie-eenheid gaat terug tot voor de Belgische Onafhankelijkheid.

Aan de vooravond van de Slag bij Waterloo (18 juni 1815) werd door de Nederlandse Prins Willem van Oranje een Hollands-Belgisch Legioen gevormd. Deze eenheid zou zich tijdens de Slag bij Quatre-Bras (16 juni 1815) voortreffelijk verzetten tegen de oprukkende Franse troepen. Een eenheid binnen dit Legioen droeg de naam “Belgische Karabiniers”, waarvan later na de Belgische Onafhankelijkheid het “Tweede Kurassiers”, een regiment zware ruiterij, de tradities zou overnemen. 
In 1853 werd dit Regiment omgevormd tot een licht cavalerieregiment, om vanaf 1863 een volledig nieuwe naam: “Vierde Regiment Lansiers”, kledij en uitrusting te krijgen.
Zowel tijdens de Eerste, als de Tweede Wereldoorlog heeft het 4de Regiment Lansiers heldhaftig gestreden, getuige hiervan zijn de vele eervolle vermeldingen op zijn Standaard.
In 1952 werd het Regiment heropgericht en ongeveer één jaar later werd het uitgerust met nieuwe Amerikaanse M 47 tanks en alzo omgevormd tot een tankregiment. Een organisatiestructuur en opdracht die het, mits een korte driejarige onderbreking als verkenningsbataljon, zou behouden tot aan zijn ontbinding op 30 juni 1994.
Naast een historisch overzicht van dit heldhaftige Regiment, zal u ook kunnen lezen over zijn rijke tradities, het dagelijkse leven, enzovoort.
Om deze inleiding af te sluiten wens ik even de woorden, die Luitenant-kolonel Patrick Mommens, 44ste en laatste Korpscommandant in zijn Editoriaal van de Historiek 1836 – 1994 zo prachtig heeft weergegeven te vermelden.

“De lansiers zijn vergankelijk, de geschiedenis die ze schreven niet”.
“Quatre Lances – Pas de quartier !”

 

De geschiedenis van het Vierde Regiment Lansiers

De periode 1830 – 1870 (De beginjaren van het Koninkrijk België)

Bij Koninklijk Besluit werd op 16 juni 1836 te Brussel het “2de Regiment Kurassiers” opgericht. Op 1 juli van dat jaar werd uit de pare eskadrons van het 1ste Regiment Kurassiers een tweede regiment zware ruiterij gevormd. 
Op 23 september 1838 overhandigde Z.M. koning Leopold de Standaard aan de toenmalige korpscommandant, kolonel J. Delobel, te Brugge.
Op 1 januari 1863 besloot het toenmalig “hakbijlcomité” de zware Kurassiersregimenten af te schaffen en om te vormen tot lichtere Lansiersregimenten. Zo werden het “1ste en 2de Regiment Kurassiers” respectievelijk het “3de en 4de Regiment Lansiers”. 
Naast een nieuwe naam kreeg het Regiment ook een nieuwe uitrusting. Zo werd het kuras vervangen door een lichtere “dolman”, een lichtere helm de “chapska”, een lichtere cavaleriesabel met 3S-montuur en tot slot werd het ook voorzien van minder zware paarden.
De basiskleur van het nieuwe uniform was koningsblauw, de brandenburgers en de trenzen van de dolman waren in goudgele wol. De vederbos op de chapska was van rood paardenhaar.
De regimentskleur voor het 4de Lansiers werd hemelsblauw.

De periode 1870 – 1914 (De kolonisatie van Afrika en de éénwording van de Duitse Staat)

In 1870 bij de aanvang van de Frans-Duitse Oorlog maakte het 4de Regiment Lansiers deel uit van de 2de Brigade van het Waarnemingsleger. Het 5de Eskadron was echter aan de 3de Divisie van het 1ste Corps van dit leger gehecht.
Vanaf 16 augustus 1873 werden de cavalerieregimenten in twee cavaleriedivisies onderverdeeld en werd het 4de Lansiers toegewezen aan de 2de Brigade van de 2de Cavaleriedivisie. 
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werd op 11 november 1913 het Belgische Leger grondig hervormd en werd de 2de Cavaleriedivisie ontbonden. Het 4de Lansiers behoorde van dan af tot de 2de Brigade van de overgebleven Cavaleriedivisie.

De periode 1914 – 1918 (De Eerste Wereldoorlog)

Het Regiment vocht tijdens de hele Eerste Wereldoorlog en wist zich meermaals te onderscheiden. Zo nam het op 12 augustus 1914 op schitterende wijze deel aan “De slag der Zilveren Helmen” te Halen, waar het zijn eerste vermelding op de Standaard behaalde. Later dat jaar nam het deel aan de verdediging van Antwerpen en de uitvallen uit deze stad, vooraleer het met de rest van het Leger de stellingen achter de IJzer zal verdedigen. 
Berucht gebleven is de verovering van een Duitse onderzeeër die in 1917 bij Wissant (Normandië) was gestrand. In 1918 onderscheidde het 4de Lansiers zich te bij de slag van Wippelgem, waar het op uitmuntende wijze weerstand bood aan een viervoudig sterkere vijand.

De periode 1918 – 1940 (Het Interbellum)

Na de wapenstilstand werd het Regiment in Duitsland opgesteld in het bruggenhoofd aan de Rijn. In 1918 verbleef het achtereenvolgens te Aken, Kalkar en Neuss. In 1920 keerde het 4de Lansiers terug naar België en wordt te Spa ingekwartierd. De erbarmelijke inkwartiering gaf er de aanleiding tot een woordspeling die mede aan de oorsprong lag van de leuze: “Quatre Lances – Pas de quartier!” In 1923 vertrok het Regiment terug naar het Rijnland, waar het in het begin van 1926 om besparingsredenen ontbonden werd. Het personeel en het materieel werden aan het 1ste Regiment Lansiers toegewezen.
Tijdens de mobilisatie van 1939 werd te Tienen, uit de wederopgeroepenen van het 1ste Regiment Lansiers en van het 1ste en 2de Regiment Jagers te Paard, het 2de Regiment Vervoerde Ruiterij gevormd. Op 15 september 1939 nam dit Regiment de tradities en de Standaard van het 4de Regiment Lansiers over.

De periode 1940 – 1945 (De Tweede Wereldoorlog)

Begin mei 1940 vormde het 4de Lansiers een versterkt bruggenhoofd ten oosten van Tienen, een strategische positie langs de lijn Grimde – Bost op de weg naar Leuven en Brussel. Voor de verdediging op 12 en 13 mei van deze stelling aan de Gete werd het Regiment door de Koning gefeliciteerd en het vermeld op de legerdagorder. Vervolgens onderscheidde het 4de Regiment Lansiers zich nog tijdens de Achtiendaagse Veldtocht bij verdediging van het kanaal van Terneuzen en in het bijzonder te Zwijndrecht. De capitulatie van 28 mei 1940 maakte een einde aan alle vijandigheden en het 4de Lansiers vertrok voor een langdurige krijgsgevangenschap naar Duitsland.

De periode 1945 – 1989 (De Koude Oorlog)

Na de Tweede Wereldoorlog werd het 4de Regiment Lansiers op 20 november 1952 terug opgericht te Leopoldsburg als tankbataljon, uitgerust met Amerikaanse middelzware M 47 Pattontanks. Een jaar later, op 31 mei 1953 kreeg het Regiment zijn standaard te Tienen terug. In 1954 ontving het 4de Lansiers zijn mascotte, de Shetlandpony “Chapska” die tot bij zijn overlijden in 1981 aan elke parade en menig defilé zal deelnemen.
In februari 1957 werd het Regiment omgevormd tot verkenningsbataljon van de 1ste Infanteriedivisie en aanvankelijk uitgerust met lichte verkenningstanks M 24 Chaffee. Deze zal kortelings na de verhuis naar het nieuwe garnizoen te Werl in de Duitse Bondsrepubliek vervangen worden door de M 41 Walker Bulldog. Doch amper twee jaar later werd het 4de Regiment Lansiers toegewezen aan de 4de Pantserinfanteriebrigade met zijn oorspronkelijke opdracht als tankbataljon en kreeg het de Pattontanks terug. De periode 1958 – 1961 was zeer druk met een jaargemiddelde aan 160 dagen afwezigheid van huis. In augustus 1962 verhuisde het Regiment naar het “Kwartier Kanaal van Wessem” te Soest. In 1963 werd de “Canadian Army Trophy for NATO Tank Gunnery”, kortweg de CAT, opgericht. Tijdens deze internationale tankschietwedstrijd zal het 4de Regiment meerdere malen de eerste plaats behalen en mocht dan ook voortaan bij wijze van appreciatie de zwarte gordel met Regimentskenteken dragen. Omwille van deze voortreffelijke wedstrijdresultaten werd het 4de Lansiers vanaf 1968 als eerste van de in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheden uitgerust met Duitse Leopard I tanks.
Het 4de Regiment Lansiers bleef zich intensief verder voorbereiden door aan diverse zowel nationale, als internationale wedstrijden deel te nemen en aan de jaarlijkse grote manoeuvres. Ondertussen werden de vriendschapsbanden met andere NAVO-tankbataljons versterkt door diverse verbroederingen.

De periode 1989 – heden (Na de Koude Oorlog)

Op 9 november 1989 werd door de val van de Berlijnse Muur het einde van de Koude Oorlog periode ingeluid. Grondige legerhervormingen zullen niet lang op zich laten wachten en zo wordt beslist om de 4de Pantserinfanteriebrigade en al haar eenheden ten laatste in 1994 te ontbinden. Doch deze laatste jaren zullen nog zeer druk zijn. Het Regiment bleef tot juni 1993 operationeel en nam nog deel aan vele trainingsactiviteiten. Naast haar klassieke tankopdrachten, voerde het Regiment vredesondersteunende opdrachten in het kader van de Verenigde naties uit. Zo nam het Verkennerspeloton van 14 april tot 10 augustus 1993 deel aan operatie “UNOSOM” in Somalië en het A Eskadron van 1 december 1993 tot 23 maart 1994 aan “UNPROFOR” in het voormalige Joegoslavië. Tegelijkertijd werd de operatie “REFORBEL” (Return Forces to Belgium), de ontbinding van het Regiment en de teruggave van het “Kwartier Kanaal van Wessem” voorbereid. 
Op 30 juni 1994 was het dan zover en werd het 4de Regiment Lansiers ontbonden. De tradities en het patrimonium werden, samen met die van het eveneens ontbonden 2de Regiment Lansiers, overgenomen door het nieuw opgerichte 2/4de Regiment Lansiers, dat gestationeerd is te Leopoldsburg.

“Quatre Lances – Pas de quartier !”

Op de volgende pagina's vindt u een overzicht van de Korpscommandanten en Korpsadjudanten van het Vierde Regiment Lansiers. 

 

De Korpscommandanten van het Vierde Regiment Lansiers

Tweede Curassiers
01/07/1836 – 17/11/1842 Kolonel Delobel 
30/11/1842 – 13/10/1848 Kolonel Ablay 
13/10/1848 – 20/12/1854 Kolonel Frison 
08/01/1855 – 02/05/1859 Kolonel Euchene
08/05/1859– 24/07/1863 Kolonel Selle


Vierde Regiment Lansiers 
24/07/1863 – 30/05/1867 Kolonel Bouquelle 
24/06/1867 – 15/01/1869 Kolonel Frantzen 
16/08/1869 – 24/10/1874 Kolonel Nijpels 
05/04/1875 – 23/09/1879 Kolonel Mabilde 
24/09/1879 – 26/03/1885 Kolonel Baron de Wenckstern 
30/03/1885 – 05/04/1889 Kolonel Stafbrevethouder Van Eeckhout 
30/09/1889 – 30/06/1890 Luitenant-kolonel Henot 
30/06/1890 – 30/09/1891 Luitenant-kolonel Lutens 
30/09/1891 – 26/09/1894 Kolonel Van Bomberghen 
26/09/1894 – 27/03/1900 Kolonel Stafbrevethouder Mersch 
03/04/1900 –                    Kolonel Graaf Van Der Stegen de Putte
                                         Luitenant-kolonel Daufresne De La Chevalerie
     09/1905 – 11/01/1908 Kolonel Hosselet
11/01/1908 – 01/07/1913 Kolonel De Formanoir De La Cazerie 
01/07/1913 – 12/10/1914 Kolonel Stafbrevethouder Gillain 

13/10/1914 – 02/02/1918 Kolonel De Schietere De Lophem
04/02/1918 – 13/10/1918 Kolonel Stafbrevethouder De Longueville 
13/10/1918 – 25/02/1919 Kolonel Burggraaf Jolly 
25/02/1919 – 07/04/1920 Kolonel Stafbrevethouder Baron de Renette de Villers Pervin 
07/04/1920 – 03/03/1926 Kolonel Stafbrevethouder Montegnie   
26/08/1939 – 08/05/1940 Luitenant-kolonel Jonkheer Jooris   
20/11/1952 – 24/02/1954 Luitenant-kolonel Cordier 
24/02/1954 – 11/08/1955 Luitenant-kolonel Thiran 
11/08/1955 – 25/11/1958 Luitenant-kolonel Van Tiggelen 
25/11/1958 – 10/10/1961 Kolonel Verschueren 
10/10/1961 – 20/11/1963 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Gerits 
20/11/1963 – 29/03/1969 Luitenant-kolonel Denis 
29/03/1969 – 05/10/1973 Luitenant-kolonel Leroy 
05/10/1973 – 19/01/1976 Luitenant-kolonel Van Aken 
19/01/1976 – 24/04/1976 Majoor Van Thienen 
24/04/1976 – 19/05/1978 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Steens 
19/05/1978 – 24/06/1980 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Derwael 
24/06/1980 – 11/06/1982 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Vervotte 
11/06/1982 – 01/02/1985 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Ceulemans 
01/02/1985 – 28/06/1985 Majoor Gesquire 
28/06/1985 – 04/12/1987 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Simons 
04/12/1987 – 23/05/1990 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Maenhoudt 
23/05/1990 – 17/01/1992 Luitenant-kolonel Stafbrevethouder Lecluyse 
17/01/1992 – 30/06/1994 Luitenant-kolonel Mommens

De Korpsadjudanten van het Vierde Regiment Lansiers

20/10/1952 – 13/05/1957 Adjudant F. Van Damme 
14/05/1957 – 03/11/1969 Adjudant-chef O. Liekens 
05/05/1970 – 01/07/1974 Adjudant-chef L. Theys 
02/07/1974 – 27/04/1990 Adjudant-chef A. Ruttens 
28/04/1990 – 30/06/1994 Adjudant-chef A. Dierckx

Standaard

Beschrijving
De Standaard van het 4de Regiment Lansiers werd vervaardigd volgens de richtlijnen van het Koninklijk Besluit van 12 november 1930 en een Ministeriële nota van 1951. Hij is gehecht aan een gepolijste vlaggenstok die bestaat uit twee delen, verbonden door een koperen huls en met een lengte van 215 centimeter, met daarboven een heraldische Belgische leeuw met daaraan verbonden een koord met kwasten. Het doek in de Belgische nationale kleuren (zwart, geel en rood) meet 75 bij 75 centimeter en is met gouden franjes afgeboord.

De Standaard draagt op de verso zijde de hieronder Nederlandstalige opgesomde eervolle vermeldingen en nestel van de veldslagen waarbij het Regiment zich roemrijk heeft onderscheiden. Op de recto zijde bevinden zich gelijkaardige vermeldingen in het Frans.

Veldtocht
Opschriften en Eervolle Vermeldingen op de Standaard geborduurd
Legerdagorder – Algemeen Order
 Nestel
 1914 - 1918
 VELDTOCHT 1914-1918
 HAELEN
 WIPPELGHEM
 ANTWERPEN
 LDO 30/11/1914
 LDO 30/03/1919
 LDO 21/06/1930
 Oorlogskruis*
(KB van 06/05/1919)
 1940 - 1945
 DE GETE
 ZWIJNDRECHT
 LDO 112 van 15/05/1940 en Regentsbesluit Nr 2785 van 10/08/1946
 LDO 114, AO 40/1947 en Art 4 Besluit van 06/01/1947 1940* (Art 8 Besluit van 06/01/1947) 
 Leopoldsorde Klasse 3 (KB Nr 2642 – 01/03/1954)

Historiek

Oorspronkelijk droeg het Regiment de naam: “2de Kurassiers”. De eerste Korpscommandant Kolonel J. Delobel ontving uit de handen van Z.M. Koning Leopold I de Standaard op 23 september 1838 te Brugge.
Het Koninklijk Besluit van 1 januari 1863 wijzigde de naam van het 2de Kurassiersregiment in het 4de Lansierregiment. 
Op 10 februari 1926 werd het Regiment ontbonden en het embleem werd aan het Koninklijk Legermuseum overgedragen. De Standaard werd op 15 november 1926 naar aanleiding van de 12de verjaardag van de Slag aan de IJzer te voorschijn gehaald.
Op 15 september 1939 werd het Regiment heropgericht en de volgende dag, ontving Luitenant-kolonel Jonkheer R. Jooris uit handen van Z.M. Koning Leopold III de Standaard op de Grote Markt te Tienen. 
Op het einde van de Achttiendaagse Veldtocht werd de Standaard in de Abdij te Sint-Andries bij Brugge verborgen en ontsnapte zo aan de inbeslagname door de Duitse bezetter. Op 2 maart 1945 werd het terug overgedragen aan het Koninklijk Legermuseum te Brussel.
Majoor O. Cordier, de eerste naoorlogse Korpscommandant ontving uit de handen van Luitenant-generaal Jonkheer R. Jooris op 31 mei 1953 op de Grote Markt te Tienen de Standaard.
Na de ontbinding van het 4de Regiment Lansiers, op 30 juni 1994, werd de Standaard toevertrouwd aan het, te Leopoldsburg, nieuw opgerichte 2/4de Regiment Lansiers.

Wapenschild - Mutskenteken - Borsthanger

Wapenschild

Het wapenschild van het 4de Regiment Lansiers werd kort na de heroprichting in 1953 door Majoor de Lannoy en een reserveofficier ontworpen..
Centraal op een wapenschild is er een centaur, met daarboven een middeleeuwse ridderhelm, het geheel wordt omgeven door vier lansen met wimpels in de nationale driekleur.
Een lint draagt de regimentsleuze: “Quatre Lances pas de Quartier”. Dit wapenschild wordt op de muts op een dik wit plastieken schildje gedragen. Bij de andere Lansierregimenten was dit schildje minder dik en werd het meestal vastgenaaid op de muts. Wit is de kleur van de Lansiers en kwam zowel voor als mutskenteken, maar ook op de kraagspiegels en de schouderepauletten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mutskenteken

Het mutskenteken bevat onder andere het wapenschild (zie hierboven).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Borsthanger

De borsthanger bevat onder andere het wapenschild (zie hierboven).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Symbolen

De zwarte gordel van het 4de Regiment Lansiers

Sinds 1968, wanneer het Regiment alleen aantrad bij vlaggengroeten, Regimentsfeesten of andere wapenschouwingen, droegen de militairen van het 4de Regiment Lansiers fier de zwarte gordel. Uit onwetendheid hoorde men toen soms zeggen “Dat is fantasie.”, daar waar het in feite om een vereremerking ging.

De oorsprong van de traditie van de zwarte gordel ligt bij het prille begin van de bekende NAVO-schietwedstrijd voor tanks de “Canadian Army Trophy for NATO Tank Gunnery” (CAT).

Vanaf de eerste uitgave van deze internationale wedstrijd in 1963, legde dit Belgisch Cavalerieregiment beslag op de eerste plaats en dit met de Amerikaanse middelzware tank Patton M 47, oudste tank van alle deelnemende landen. De verrassing was overal zo groot, dat men wel eens hoorde spreken van “toeval”. Wanneer het Regiment één jaar later, als enige deelnemer met 90 mm kaliber, alle 105 mm in de schaduw stelde en opnieuw de overwinning behaalde, werden alle twijfels van de kaart geveegd.

Teambadges, wimpels en dergelijke, waren toen nog niet in gebruik. Als waardering voor de positieve weerklank op de Belgische Krijgsmacht in het algemeen en op de Belgische Cavalerie in het bijzonder, verleende de Bevelhebber van het 1ste Belgische Corps onder de aanmoedigende goedkeuring van COMNORTHAG (Commander Northern Army Group), aan het 4de Regiment Lansiers de toelating om de zwarte gordel met Regimentskenteken te dragen.

Met een nog moeilijk “concurrentieel” te noemen M 47, zal het 4 L in 1965 en 1966 nog de tweede plaats en in 1967 de derde plaats behalen.

Omwille van hun voortreffelijke resultaten tijdens de “Canadian Army Trophy”, werd in december 1968 het Regiment als eerste van de in de Duitse Bondsrepubliek gestationeerde eenheden met de Leopard-tank uitgerust.

Sindsdien bewezen alle deelnemende Regimenten dat de Belgische Ruiterij met zijn Leopard I een geducht tegenstander bleef. Zo behaalde het 4 L in 1987 nog de tweede plaats in de rangschikking van de Northern Army Group (NORTHAG) en dit voor de Amerikaanse Abrahams M 1 tanks.

De traditie van de zwarte gordel werd in ere gehouden tot omstreeks 1989.

Voor het 4de Regiment Lansiers blijft de zwarte gordel het symbool van de overwinning.