Na de omverwerping van premier Lumumba in Congo trokken Joegoslavië, Ceylon, de UAR, Indonesië, Marokko en Guinea hun contingenten in december 1960 terug uit de VN-operatie in Congo (ONUC). Van februari tot april 1961 braken herhaaldelijk botsingen uit tussen VN-troepen en zowel de centrale Congolese regering in Léopoldville als de rivaliserende pro-Lumumba-regering van de Vrije Republiek Congo in Stanleyville. Na drie dergelijke gevechten tussen Soedanese troepen en de centrale regering in maart trok Soedan zich terug uit de ONUC en beschuldigde het VN-commando over nalatigheid.