Geen enkel wapen van de Wehrmacht heeft zich gedurende de oorlog zo snel ontwikkeld als het Anti Tank wapen, door de groeiende overmacht aan geallieerde tanks en de snel voortschrijdende veranderingen werd het oorspronkelijk getrokken stuk Pak met een kaliber van 3,7 cm al snel vervangen door gemotoriseerde zwaardere kalibers wat uiteindelijk tot de 76 ton zware Jagdtiger zou leiden.

 Buiten de door de industrie geproduceerde reeksen zijn er in de loop van de oorlog ook verschillende improvisaties door de troepen op het terrein en door de industrie in gebruik genomen, soms uit pure noodzaak enkele prototypes.

 

Kalibers van 2,5 tot 5 cm.

Bij die improvisaties werd niet alleen veelvuldig gebruik gemaakt van buitgemaakt materiaal maar ook van eigen antitankwapens, de 2,8 cm Schwere Panzerbuchse werd graag gebruikt, dit was een lichtgewicht wapen dat door gebruik te maken van een conische loop het kaliber aan de loopmonding reduceerde tot 20 mm waardoor de tungsteen kern van de munitie een mondingssnelheid van 1400 m/sec kreeg, de APCNR 2,8 cm Pzgr. 41 was in staat op 500 meter een pantser van 40 mm te doorboren.

Het getrokken stuk 3,7 PaK 36 dat bij de troepen in gebruik was werd al snel gemotoriseerd door het gewoon boven op de trekker te plaatsen, de industrie volgde al snel met improvisaties op eigen en buitgemaakte onderstellen, met een mondingssnelheid van 1020 m/sec kon de Pzgr 40 van dit wapen op 500 meter een pantser van slechts 31 mm doorslaan.

De uit Tsjechische bestanden stammende 4,7 cm PaK(t) kon een Pzgr 40 met een mondingssnelheid van 1080 m/sec verschieten en had een doorslagkracht van 59 mm op 500 meter, dit werd dan ook een door de industrie veel gebruikt wapen, dit zowel op eigen als op buitgemaakte onderstellen.

Ook van de 5 cm PaK 38 zijn improvisaties en een prototype bekend maar wegens de toenemende pantsering van de vijandelijke tanks werd dit wapen al snel vervangen door grotere kalibers.

 

Lichte verkenningswagen Sd.Kfz 221 met ingebouwde 2,8 cm zware Panzerbüchshe 41, deze wagen kwam in 1941 aan het front.

 

Lichte halftrack Sd.Kfz. 250/11 met opgebouwde 2,8 cm zware Panzerbüchshe 41, dit voertuig behoorde tot de SS pantserdivisie LAH in zuid Rusland 1942.

 

Lichte halftrack Sd.Kfz. 250/11 met opgebouwde 2,8 cm zware Panzerbüchshe 41en MG 34 in opstelling voor luchtafweer, deze uitvoering kwam van af 1943 bij de troepen.

 

Een improvisatie van de troepen, deze keer een Russische Panzerbüchse op een lichte halftrack Sd.Kfz 251.

 

Nog een improvisatie van de troepen, een 3,7 PaK op een Kfz 69 Krupp Protze, gewoon er opgezet zonder zelfs de wielen te demonteren.

 

Hetzelfde voertuig, de chauffeur moest uitstappen tijdens een vuurgevecht maar desondanks was het opstellen van het geschut sneller dan getrokken.

 

Hier is de improvisatie duidelijk herkenbaar aan de houten spie onder de wielen van het kanon.

 

Een 3,7 cm PaK vast gemonteerd op een Engelse Brencarrier, hier bestonden mar een paar exemplaren van.

 

Een 3,7 cm PaK op een Franse Renault UE Chenillette.

 

Eigen bouw door de 1 Pantserjäger van de 16 Pz Divisie in de zomer van 1941, hier werd een 3,7 cm Pak met versterkt schild op een 1 ton halftrack gemonteerd, voor de motor is een primitieve pantserplaat geplaatst.

 

Een andere improvisatie van een 3,7 PaK op een 1 ton halftrack.

 

Ook op de lichte halftrack voor verkenning werd de 3,7 cm PaK door de industrie gemonteerd, hier op een Sd.Kfz.250/10.

 

Ook op deze Sd.Kfz 251/10 werd de 3,7 cm Pak gemonteerd zonder een schild.

 

Sd.Kfz. 251/10 met 3,7 cm PaK, hier nog met het vroegere grote schild.

 

Een andere Sd.Kfz. 251/10 met 3,7 cm PaK, het hoge schild was een hindernis bij de waarneming van het terrein en werd later vervangen door een korter.

 

Dit zijaanzicht geeft duidelijk weer dat de hoogte van het schild hinderlijk kon zijn, let ook op de opstelling van de MG 34 voor luchtafweer.

 

Sd.Kfz. 251/10 met 3,7 cm PaK uitgerust met het latere korte schild in actie.

 

Sd.Kfz. 251/10 met 3,7 cm PaK uitgerust met het latere korte schild in actie.

 

Sd.Kfz. 251/10 met 3,7 cm PaK uitgerust met het latere korte schild in actie.

 

De Tsjechische 4,7 cm PaK op het onderstel van de Panzerkampfwagen I B, hier werden 350 voertuigen van gemaakt en als Sd.Kfz. 101 aangeduid.

 

Een bijzonder beeld dat een Sd.Kfz 101 naast een Sd.Kfz. 250/10 van oudere uitvoering toont.

 

Op dit en het volgend beeld is de beperkte ruimte vor de drie man bediening goed herkenbaar.

 

Deze Panzerjäger was in 1940 in gebruik bij de Panzerjäger afdelingen van de pantserdivisies, van af 1941 ook bij de infanteriedivisies.

 

Het goede kanon, ook al was het een klein kaliber, maakte dat het voertuig in de eerste oorlogsjaren in Frankrijk een Afrika een bruikbare Panserjäger was.

 

In Afrika en Rusland tijdens de zomer droeg de bemanning het zwarte uniform van de pantsertroepen, buitgemaakte stoffen konden gemakkelijk zwart geverfd worden.

 

Tijdens de Russische zomer.

 

En de Russische winter.

 

Een Tsjechische 4,7 PaK op het onderstel van de Franse Renault R 35.

 

Een goed zicht op de constructie, alhoewel een beetje ongelukkig van vormgeving bood het gevechtscompartiment van deze Panzerjäger veel plaats en een goede bescherming voor de bemanning.

 

Deze en volgende opname van hetzelfde voertuig zijn ergens op een oefenterrein genomen.

 

Met een gewicht van meer dan 10 ton en een 5,9 liter viercilinder motor van 80 Pk was het een langzaam en moeilijk te besturen voertuig.

 

Op weg naar het invasie front 1944.

 

In Amerikaanse handen gevallen.

 

4,7 cm PaK open en bloot op een Franse Lorraine, van deze noodoplossing bestonden maar een paar een paar exemplaren.

 

Deze 5 cm PaK 38 op een lichte halftrack was met zekerheid een van de improvisaties van de troepen ten velde.

 

Het prototype van een 5 cm PaK 38 L/60 op het onderstel van de door de firma ontwikkelde Munitionsschlepper VK 301/302

 

Een lichtgewicht van slechts 4 ton met een bemanning van drie man.

 

Frontaal aanzicht van het prototype, de planning voorzag in een grote productie maar doordat het 5 cm kanon minderwaardig was tegenover de met een 7,62 cm kanon uitgeruste Russische tanks werd het voertuig uit de planning geschrapt.

 

Het gevechtscompartiment van het prototype.

 

 

Kalibers van 7,5 tot 12,5 cm

De 7,5 cm PaK 40 kan men als het standaard anti tank kanon van de Wehrmacht beschouwen, van de ongeveer 23.500 gebouwde exemplaren werden er zo wat 6.000 gemotoriseerd en dienden al “Tankjäger”, dit kanon dat op 500 meter een pantsering van 154 mm kon doorboren werd door de industrie ingebouwd in verschillende reeksen waaronder de Marder II en de verschillende Sturmgeschutzen.

Als industriële improvisatie is vooral de Marder I op het Franse onderstel van de Lorraine 37L tractor, dit voertuig werd bekend als Sd.Kfz. 135.

Op het onderstel van de Hotschkiss H 39 werden 24 exemplaren gebouwd, ook op het onderstel van de Franse F.C.M. Werden 10 PaK 40 gebouwd, deze 34 stuks zijn enkel in Frankrijk ingezet.

Ook werden er een paar op de Somua halftrack gebouwd wat een ongelukkige oplossing bleek te zijn.

De industrie ontwikkelde naast de reeksen zo als de Nashorn nog verschillende prototypes die al dan niet nog bij de troepen te velde kwamen om er frontervaring mee op te doen, de lijn te trekken of het nu om een beperkte reeks of een prototype handelt is moeilijk, ook of nog ganse eenheden er mee uitgerust werden is nu niet meer na te gaan.

7,5 cm PaK 40 op de Franse Lorraine 37L tractor, Sd.Kfz. 135

 

7,5 cm PaK 40 op de Franse Lorraine 37L tractor in Noord-Frankrijk 1944.

 

De 184 gebouwde exemplaren werden ook als Marder I of GW 39 H bekend.

 

Winter 42/43 in Rusland, de Marder I kon 48 granaten aan boord nemen en was wegens de motor en goede bewapening een betrouwbare Panzerjäger.

 

Lengte 5,18 m, breedte 1,88 m hoogte 2,13m, richtbereik in hoogte van min 5 tot plus 22 graden en zijwaarts 33 graden, drie van de vijf bemanningsleden testen hier de intercom.

 

7,5 cm PaK 40 op de Franse Hotschkiss H 39, slechts 24 van gebouwd en alle alleen in Frankrijk ingezet.

 

7,5 cm PaK 40 op de Franse Hotschkiss H 39, de MG 34 voor luchtafweer zit in een hoes.

 

Een ongelukkige oplossing die slechts in een paar exemplaren bekend is, 7,5 cm PaK 40 op de Franse Somua halftrack.

 

Ook maar in 10 exemplaren gebouwd, de PaK 40 7,5 cm L/48 op het onderstel van de Franse GW F.C.M.

 

De lichte pantsering bood de vijf man bemanning weinig bescherming en door de zwakke motor was het voertuig ook moeilijk hanteerbaar, ook enkel in Frankrijk ingezet.

 

Slechts een prototype is bekend van de Pak 40 L/48 op een Sd.Kfz. 251/22.

 

De Pak 40 L/48 werd ook op enige zware verkennigsvoertuigen Sd.Kfz 234 geplaatst, deze zijn niet meer aan het front gekomen.

 

De op het onderstel van de Raupenschlepper Ost (RSO) gemonteerde 7,5 cm PaK 40 was een typische noodoplossing, geen bescherming, weinig plaats, geen munitiehouders.

 

Ondanks alle nadelen toch nog in 1944 bij de Grenadier Divisies toegekomen.

 

Als bescherming tegen het slechte weer enkel een zeil op afneembare beugels.

 

Een avontuurlijke oplossing was deze Franse PaK 97/38 op een Russich T 26 onderstel, waarschijnlijk een industriële oplossing gezien de troepen ten velde niet over de nodige technische middelen daar toe hadden.

 

Een slecht geslaagde poging om een Russische 7,62 cm PaK (zonder mondingsrem) op een 5 ton halftrack te plaatsen.

 

De weinige gemaakte exemplaren hebben enkel in Afrika gediend, wegens de grote hoogte moeten ze wel van ver zichtbaar geweest zijn.

 

Hier zijn de nadelen van deze oplossing duidelijk zichtbaar, dunne pantsering enkel voor de bediening en niet voor de chauffeur, en enkel toegankelijk langs de zijkant.

 

Daar de 8,8 cm Flaik ook als PaK zijn diensten bewezen had werden er meerdre pogingen gedaan deze ook te motoriseren, deze Flak 18 op een 12 ton halftrack was echter geen bevredigende oplossing.

 

Een technisch betere oplossing was deze 8,8 cm Flak 37 op een Sonderfahrgestell.

 

Een goede oplossing was de montage van een 8,8 cm Flak op het ondrstel van de Pz IV, van deze Hornise/Nashorn werden ongeveer 500 stuks vervaardigd.

 

Op een onderstel van de firma Ardelt bouwde Rheinmetal-Borsig een 8,8 cm PaK 43 L/71, deze Waffenträger kon ook met artillerie stukken uitgerust worden.

 

Een iets of wat andere variante van de Ardelt-Waffenträger met 8,8 cm PaK 43 L/71.

 

Een iets of wat andere variante van de Ardelt-Waffenträger met 8,8 cm PaK 43 L/71.

 

Een door Krupp en Steyr gebouwd prototype van een Waffenträger met 8,8 cm PaK 43, wegens de toren kunnen we deze al meer als een tank gaan beschouwen.

 

De montage van een 10 cm Kanone 18 (kaliber 105 mm) op het onderstel van een Pz IV is slechts twee maal uitgevoerd.

 

Een van de twee door de bemanningen Dicker Max genoemde voertuigen.

 

Door de 10 cm Kanone 18 half artillerie, half Panzerjäger is de Dicker Max enkel als Panzerjäger ingezet.

 

De twee gebouwde12,8 cm PaK op de onderstellen VK3001 van de firma Henschel kwamen enkel in het oosten aan het front en waren naast de Jagdtiger de zwaarste pantserjäger.

 

Deze Sture Emil heeft een groot aantal “Abschussringe” op zijn loop