De Duitse 88 mm kanonnen FlaK 18, 36,37 en 41 zijn wel de meest bekende lucht- en tankafweerkanonnen van de tweede wereldoorlog, de specifieke knal van de eighty-eight was bij de geallieerden zeer geducht.

De benaming FlaK is een afkorting van de Duiste benaming Flugzeugabwehr-Kanone, 8,8 of 88 beduid het kaliber in centimeter of in millimeter.

Tijdens de eerste wereldoorlog waren de meeste luchtafweer kanonnen varianten van bestaande wapens, deze werden geplaatst op aangepaste affuiten zodat ze ook vertikaal konden vuren.
Door de snelle ontwikkeling van de vliegtuigen bleek tegen het einde van de oorlog dat er een specifiek wapen nodig was om tegen hoogvliegende vliegtuigen in te zetten, er werden dan ook met studies aangevat betreffende wapens die hoger dan 6000 meter konden vuren.
De firma Krupp die onder het verdrag van Versailles viel ging met de Zweedse firma Bofors samenwerken en begon de ontwikkeling van een 75 mm luchtafweer kanon, al snel bleek dit niet efficiënt genoeg en men ging over tot een ander gebruikelijk Duits kaliber, 88 mm.

Het prototype werd gebouwd in 1928, dit eerste model de FlaK 18 had een loop uit een stuk met een kaliberlengte van 56 en kreeg dan ook de benaming 88/L56.
Het kanon werd gemonteerd op een kruisvormig onderstel dat vuren in alle richtingen toeliet, de twee zijdelingse steunen waren snel op te plooien wat toeliet het kanon met twee tweewielige aanhangers te vervoeren.
Om het toe te laten het totale gewicht van 8 ton vlot te transporteren werd de artillerie tracktor Sd.Kfz. 7 gebruikt.
Het sluitstuk van het kanon werkte half automatisch, door de terugslag van het schot werd de lege huls uitgeworpen en een kam hield de kulas open tot een nieuwe granaat werd ingevoerd, dit liet een vuursnelheid van 15 tot 20 schoten per minuut toe.
Als munitie kon er High Explosive (HE) tegen luchtdoel en personeel afgevuurd worden, tegen tanks en andere gepantserde voertuigen werd zowel Armour Piercing (AP) en High Explosive Anti Tank (HEAT) gebruikt.
Na de machtsovername van de Nazi's in 1933 werd de productie opgestart, tijdens de Duitse interventie in de Spaanse burgeroorlog werden er enige stukken ingezet, al snel bleek deze de beste luchtafweerkanonnen te zijn die toen in gebruik waren en de hoge mondingssnelheid van de granaat maakte het kanon ook een uitstekend wapen op grotere afstand tegen voertuigen.

Tijdens de Spaanse burgeroorlog werden enige gebreken vastgesteld wat leidde tot een verbeterd model de FlaK 36.
Nu werd gebruik gemaakt van een loop uit twee stukken wat het vervangen van het versleten gedeelte eenvoudiger maakte, ook werden nieuwe zwaardere aanhangers in gebruik genomen wat het opstellen vereenvoudigde en versnelde door gewoon de basis neer te plaatsen zonder deze van de aanhangers los te moeten koppelen.
De Flak 36 werd in twee rollen gebruikt, voor mobiele operaties werd een schild gemonteerd ter bescherming van de bemanning en hierdoor was hij uiterst geschikt voor snelle mobiele operaties, het concept van de Blitzkrieg.
In de rol van verdediging van vaste installaties werd de Flak opgesteld in batterijen van vier stuks onder een enkele leiding, deze centrale controle gaf de kanonniers de nodige inlichtingen die ze dan moesten overzetten op hun instrumenten.

De latere FlaK 37 was uitgerust met betere instrumenten die de kanonnier toelieten de gekregen instructies sneller en beter uit te voeren, het was niet ongebruikelijk dat beide type's in dezelfde eenheden dienden, en alhoewel sommige bronnen anders vermelden, alle 88ers waren uitgerust voor de rol van anti tank geschut.
Gedurende de eerste fase van de slag om Frankrijk in 1940 werden deze kanonnen met succes ingezet tegen de Britse Matilda II en de Franse Char B1, het pantser van deze tanks kon met het toen gebruikelijke anti tank kanon niet doorboord worden.
De 88 mm Panzergranate 40 kon op 100 meter 237 mm staal doorboren, op 1.000 meter 192 mm en op 2.000 meter nog altijd 127 mm.
Tijdens de latere campagnes in Afrika en aan het Oostfront werd door nog betere munitie het mogelijk op 2.000 meter 150 mm pantser te doorboren.
In Augustus 1944 waren er 10.704 FlaK 18, 36 en 37 in gebruik, daar ondertussen de Britse en Amerikaanse bommenwerpers hoger vlogen werden de FlaK 88 aangevuld met 12,8 cm Flak 40 en de 10,5 cm Flak 39.

Reeds in 1939 had de Luftwaffe het probleem van steeds hoger vliegende toestellen bemerkt en opdrachten voor nieuwe FlaK kanonnen uitgeschreven.
De firma Rheinmetal heeft hier op de FlaK 41 ontworpen.
Dit nieuw 88/L71 kanon gebruikte langere hulzen en kon een granaat van 9,4 kilogram effectief tot op een hoogte van 11.300 meter schieten, de maximum hoogte bedroeg 15.000 meter, de vuursnelheid bedroeg 20tot 25 schoten per minuut.
Dit kanon was veel complexer gebouwd en dus ook moeilijker te bouwen en te onderhouden dan de andere 88ers, van dit wapen werden tussen Oktober 1942 en Maart 1944 slechts 556 stuks gebouwd, de totale productie van de andere FlaK 88 van 1939 tot 1945 bedroeg 18.295 stuks.

De Duitse strijdkrachten hebben gedurende de tweede wereldoorlog intensief gebruik gemaakt van de FlaK 88, niet alleen in zijn oorspronkelijke rol als luchtafweer kanon maar ook als anti tank en zelfs als gewone artillerie.
Het Legion Condor was de eerste eenheid die met dit wapen uitgerust was, vier batterijen van vier stuks, en hier de nodige ervaring mee heeft opgedaan.
Erwin Rommel heeft deze ervaring gebruikt in de slag bij Arras en later in Noord Afrika, toen later aan het Oostfront bleek dat de 37 mm en 50 mm antitank kanonnen niet in staat waren de Russische T34 en KV1 uit te schakelen werd de 88er het voornaamste antitank kanon.
In deze rol was het kanon zo effectief dat het in verschillende varianten gemonteerd werd in de Nashorn, de Porsche Ferdinant en de Jagdtiger.
Het 88 mm tankkanon van de Tiger I was een parallelle ontwikkeling terwijl het kanon van de Tiger II, de KwK 43 en ook het antittank kanon PaK 43weer afgeleid was van de FlaK 88.

Flak 88 met voltallige bemanning

 

Opgestelling voor luchtafweer

 

Opstelling als antitankkanon

 

Batterij salvo bij nacht

 

Als antitank ergens in Rusland

 

En aan de Halfaja pas, Noord Afrika