Reeds in het begin van de tweede wereldoorlog erkende de Duitse legerleiding het feit dat er meer en meer tanks op het strijdtoneel zouden verschijnen.

Om dit gevaar tegemoet te treden verzoekt men enerzijds het kaliber van de PAK kanonnen te vergroten en anderzijds deze te motoriseren om de beweeglijkheid te verbeteren, een derde denkpiste was de vuursnelheid te verhogen wat tot verschillende prototypes leidde.

 

Een van deze was een 5 cm automatische PAK, de hoog gekwalificeerde techniekers van de Skoda-Werke die een jarenlange ervaring hadden op dit gebied kregen in 1940 de opdracht een snelvurend PAK kanon te ontwikkelen, zij zagen een oplossing in het voorzien van een magazijn en de terugstoot van het geschut te gebruiken om het automatisch te laden.

Skoda voorzag eerst een kaliber van 7,5 cm zo als het al snel noodzakelijk zou worden maar bijna onmiddellijk bleek dat het magazijn dan veel te zwaar zou uitvallen en ook het laden grote moeilijkheden zou opleveren.

Men besloot toen over te gaan op 5 cm daar de bestaande lopen dan gebruikt konden worden en men zich kon concentreren op de ontwikkeling van de kulas en het laadmechanisme.

Van af het begin was men het eens dat het systeem moest bestaan uit een clip waar minstens 5 schoten in pasten, eens het model van de patroonhouder en het toevoermechanisme klaar waren ging men over tot de constructie van laadtafel en het ganse werd gemonteerd op het affuit van een 6,6 cm PAK.

 

De patroonhouder had aan de rechterzijde een koppeling, aan deze kon men aan de linker koppeling van de volgende houder aanhaken zodat er een soort eindeloze band ontstond zo als bij een machinegeweer.

Op die wijze zijn bij testen vuursnelheden van 80 tot 85 schoten per minuut gehaald, de ontwikkelaars geloofden dat met enige oefening een kadans van 100 schoten per minuut kon bereikt worden en met enige aanpassingen zelfs tot 120 schoten per minuut mogelijk waren.

De patroonhouder werd van rechts op de laadtafel ingevoerd, de kulas geopend en het kanon geladen, nadat het schot vertrokken was trok de kulas de lege huls uit de loop en wierp deze langs achter uit, tegelijkertijd drukte een veer de kop van de volgende patroon naar beneden en kort daarop valt de ganse patroon in de toevoer en werd in de loop geschoven.

Het laadsysteeem kwam in de uitgangspositie terug en de kulas sloot zich waarop automatisch het volgende schot vertrok en de cyclus zich herhaalde.

Bij het terug in Batterij komen van de kulas greep een nok in de daarvoor voorziene opening van de patroonhouder de volgende patroon en schoof deze naar linksboven de laadopening, zodra de eerste patroon uit de houder was kon de volgende houder aangekoppeld worden, dit kon zo lang herhaald worden tot men door middel van een onderbreker het vuren instelde.

De lege houders bewogen naar links waar men ze van de tafel kon nemen, of in noodgeval gewoon op de grond liet vallen.

 

Bij de proefnemingen functioneerde dit wapen foutloos, wel is niet vastgesteld hoe groot de strooiing was, ook is denkbaar dat de terugstoot niet alleen naar achter maar ook zijwaarts een invloed uitoefende zodat aan te nemen is dat het wapen onvermijdelijk van zijn doel afweek.

Tot langdurige proven met scherp is het niet meer gekomen omdat het project ingesteld werd, waarom is niet juist bekend maar men kan aannemen dat het kleine kaliber bij steeds zwaarder wordende pantsering een rol heeft gespeeld.

 

Achteraanzicht

 

Automatisch laadsysteem

 

De kulas