De ontwikkeling van dit wapen werd op bevel van Hitler zo geheim gehouden dat er weinig van gedocumenteerd werd en hierdoor is er in de naoorlogse literatuur weinig over te vinden.

Een andere oorzaak is dat de ontwikkeling pas laat begonnen is en de tijdsspanne voor documentatie dan ook kort was.

 

De omstandigheden voor de ontwikkeling van de Luftfaust waren eerst geschapen nadat men voldoende ervaring opgedaan had met de RZ 65 lucht-lucht raket en de Panzerschreck.

Van de RZ 65 kwam het idee om kleinkaliberige raketten te gebruiken en van de Panzerschreck werd de electrische afvuring over genomen.

Van het type Luftfaust A is zijn geen documenten bekend zodat de beschrijving slaat op Luftfaust B die van af Februari 45 ook Fliegerfaust genoemd werd.

 

Beide benamingen beschrijven het wapen eigenlijk niet juist maar zijn aangeleund aan de Panzerfaust en Panzerschreck en dus min of meer op psychologisch gronden gebaseerd.

De Geallieerden hadden van het bestaan van dit wapen geen flauw vermoeden en waren dan ook verheugd toen het Derde Leger in de omgeving van Nürnberg de Oberleutnant Jörg gevangen nam.

Oberleutnant Jörg was mede verantwoordelijk voor de technische ontwikkeling van de Luftfaust en van hem vernam het Derde Leger dat begin Januari 1945 een aantal van deze wapens naar Saarbrucken het front gestuurd werden om deze in de praktijk te testen, de uitslagen van deze testen zijn echter nooit bekend geworden.

Ook vernam men dat het zou gaan om 10.000 van deze systemen wat wel eerder zal slaan op de munitie die door de firmas Hansag in Leipzig en Hasay in attenburg gemaakt werd.

Het Eerste leger kon in de werkplaatsen van Hugo Schneider in Leipzig voldoende wapens en munitie buitmaken om zelf aan een reeks testen te beginnen.

 

Het wapen bestond uit twee delen, het eigenlijke wapen met negen lopen en een verwisselbaar magazijn met negen raketten.

In een transportkist bevond zich een wapen en acht magazijnen.

 

De Lufrfaust klaar om te vuren

 

Overzicht en schema

 

Het magazijn

 

Een raket

 

 

 

 

Het eigenlijke wapen was samengesteld uit negen lopen, acht lopen waren gegroepeerd rond een centrale loop en de bundel werd op vier plaatsen tezamen gehouden.

In de voorste plaat waren de negen loopmondingen gevat, de volgende twee houden niet alleen de lopen samen maar dienen ook ter bevestiging van het afvuurmechanisme, de achterste plaat bevatte het ontstekingsmechanisme en de houders voor het magazijn.

In afvuurpositie is onder de bundel lopen vooraan een handgreep geplaatst, daarna volgt naar achter toe de zekering die het afvuren verhinderd, veder naar achter kwamen dan een elektrische generator, de stootstang met opspanhendel en veer, de trekker en uiteindelijk een schoudersteun.

Handgreep, trekkermechanisme en schoudersteun werden bij het transport tegen de lopen geklapt, op de linkerzijde bevond zich nog een eenvoudig vizier.

De ontstekingsleiding werd in een soort rail van de elektrische generator naar de achterkant van het wapen geleid, aan deze rail en een van de lopen was de schoudersteun bevestigd.

 

Het magazijn bestond enkel uit twee ringvormige schijven, eerst uit blik en later uit keramiek vervaardigd, het enige doel hiervan was de negen raketten samen te houden in dezelfde configuratie als de lopen.

Dit magazijn was slechts een keer bruikbaar en werd na het afvuren vervangen.

 

De raket met een kaliber van twee centimeter war uitgerust met twee ontstekers, een die bij contact met het doel, en een tijdsontsteker die twee seconden na het afvuren de springlading lieten ontploffen.

Verder bevatte het lichaam van de raket de drijfstof en de elektrische ontsteker voor het afvuren.

 

Nadat het wapen uit de transportkist genomen was werden de handgreep, het afvuurmechanisme en de schoudersteun opengeklapt.

Vervolgens werd een magazijn langs de achterkant ingebracht tot de raketkoppen in de lopen zaten, daarna werd de eerste plaat naar achter geschoven tot aan de tweede plaat, de raketten konden nu volledig in de loop geschoven worden tot de platen van het magazijn in de bodemplaat van het wapen inrustten.

Nu kon net zo als bij de Panzerschreck een stekker aan het magazijn in een contact aan het wapen gestoken worden om het elektrische circuit te sluiten en de afvuring mogelijk te maken.

Nu werd het wapen geschouderd en op het doel gericht, met de rechterhand werd de spanhefboom opgespannen tot hij vast kwam te staan, bij het afvuren kwam een stootstang onder druk van een veer op de elektrische generator te slaan die een stroomstoot produceerde en zo de ontsteker in de raketten ontstak.

Als eerste werden vijf raketten afgevuurd, een tweede bui van vier raketten volgde met 0,2 seconden vertraging.

Hierna werd een nieuw magazijn aangebracht en de procedure herhaalde zich.

Bij eerste testen bleek de strooiing van het wapen groot te zijn, dit was te wijten aan de vormgeving van het wapen.

 

Vermits de Panzerschreck zijn waarde bewezen had was het idee van de Luftfaust niet slecht, wel zal het hier wel om een wapen gaan waarvoor twee man nodig was, een schutter en een lader.

De kleine schootsafstand van 300 tot 500 meter moet nadelig geweest zijn, welke schutter had voldoende zenuwen om een vliegtuig dat ook zijn boordwapens gebruikte tot op die afstand te laten naderen en dan nog gericht er op te vuren.

Verder moet het ook heel moeilijk geweest zijn om van het kleine naderende silhouet de juiste afstand in te schatten en dat silhouet op die afstand ook nog te treffen.

De vooruitzichten op een treffer bij een zijdelings voorbij vliegend vliegtuig waren misschien beter maar hier moest bij de snel bewegende doelen dan weer de snelheid en de voorsprongshoek ingeschat worden.