De Leopard I heeft bijna een halve eeuw dienst gedaan in het Belgisch leger.

 

Ontwikkeling

Toen in 1956 de Duitse M47 Patton tanks aan vervanging toe waren en het Franse AMX-50 project mislukte besloten beide landen samen te gaan werken aan wat de Euro Panzer moest worden.

Een Frans en drie Duitse teams gingen aan het werk, in 1957 werden de specificaties vastgelegd, de tank moest aan de zijkanten bestand zijn tegen het vuur van 20 mm snelvuurkanonnen, kunnen opereren in gebieden waar chemische en nucleaire wapens werden ingezet en minstens evenveel munitie als de Amerikaanse tanks aan boord moeten hebben.

Het doel was een zeer mobiele tank te ontwerpen en te breken met de trend steeds zwaardere tanks te bouwen, er werd gestreefd naar een tank van dertig ton met een relatief vermogen van dertig PK per ton.

De hoofdbewapening moest het voor die tijd relatief zwaar 105 mm kanon zijn.

In 1958 werd ook Italië bij de planning betrokken, in 1959 begon men reeds met de ontwikkeling van prototype II, in 1960 werden de prototypes A en B geleverd en in 1961 met het Franse prototype vergeleken.

Tussen September 1962 en Maart 1963 werden dan ook de geleverde prototypes II getest, het Porsche Model 734 kwam hier het best uit, omdat dit prototype al teveel afweek van het oorspronkelijke concept stapte Frankrijk in 1963 ook uit het project.

Nu werden er toch nog veranderingen aangebracht zo als een andere toren met een optische afstandsmeter, een groter motorcompartiment waarbij de uitlaatsleuven langs de zijkant kwamen te liggen, en hoewel de tank met 65 km per uur voor die tijd heel snel was kon de pantsering aan de voorkant een treffer van de Soviet T 54 doorstaan.

In navolging van de gebruikte kattennamen tijdens de tweede wereldoorlog werd de tank dat jaar ook Leopard genoemd, het achtervoegsel een zou ze pas krijgen na de introductie van de Leopard 2.

Op 22 Augustus 1963 plaatste de Bundeswehr een eerste bestelling van 1500 stuks en al snel volgden andere landen waaronder België als eerste, later zouden ook nog Australië, Canada, Denemarken, Griekenland, Italië, Nederland, Noorwegen en Turkije hun pantsertroepen met de Leopard uitrusten.

Prototype 1 A

 

Prototype 1 B

 

Prototype II

 

Prototype II bij de testen op het terrein

 

Prototype II bij een klim test

 

Prototype II met verkanting opgesteld

 

De eerste voorserie bij testen door de Bundeswehr

 

 

 

Versies

In de loop der jaren zal de Leopard 1 steeds weer aan de omstandigheden aangepast worden en ontstaan er verschillende versies.

De eerste serie van 400 Leopard's waren de originele Leopard 1, de tweede en derde serie de Leopard 1A1, deze hadden een wapenstabilisatie systeem van Caddilac Gage gekregen waardoor de tank al rijdend nauwkeurig kon vuren.

Verdere aanpassingen waren bevestigingspunten om beschermende panelen voor de kettingen te kunnen monteren, een thermische isolatiemof voor het kanon om het scheeftrekken bij temperatuursveranderingen te voorkomen en veranderingen aan de blokken van de kettingen zodat die gemakkelijker te vervangen waren.

De actieve nachtkijker werd ook vervangen door een passieve Infra Rood kijker met beeldversterker.

Van deze reeks werden ook tanks geleverd aan België, Nederland, Noorwegen en Italië.

Vervolgens ontstond de Leopard 1A1A1 door het aanbrengen van extra bepantsering op de toren, de Duitse tanks werden hierdoor beschermd tegen het vuur van de RPG 7 raketwerper.

Door het overnemen van de nachtzicht apparatuur van de Leopard 2 kreeg men de Leopard 1A1A2 en de vesies die ook de nieuwe VHF radio aan boord kregen werden de Leopard 1A1A3 genoemd.

De reeksen gebouwd tussen April 1972 en November 1973 kregen een iets dikker pantser aan de zijkant van de toren en de benaming Leopard 1A2, ook hier kwamen nog de achtervoegsels A1, A2 en A3 in gebruik al naar gelang de verschillende uitrusting aan radio en afstandsmeter.

Voor de Leopard 1A3 werd een nieuw ontworpen toren in gebruik genomen met meer binnenruimte en een pantsering die de BM-9 staafpenetrator van de T 62 kon weerstaan, ook hier werden dan weer de achtervoegsels gebruikt om de verschillen in uitrusting aan te geven.

De versie Leopard 1A4 had dezelfde toren als de 1A3 maar met een verbeterd vuurleidingssysteem, de commandant kreeg ook een eigen nachtzicht systeem, door die aanpassingen verkleinde de munitie voorraad tot 55 stuks.

In 1980 werd een onderzoeksprogramma opgestart om na te gaan of de Leopard 1 kon aangepast worden om op te kunnen tegen de nieuwe Russische tanks T 64 en T72, de 1339 gemodificeerde Leopard 1A1 werden uiteindelijk de Leopard 1A5.

En als allerlaatste werd een enkele Leopard 1A1A voorzien van het 120 mm kanon van de Leopard 2, om praktische redenen werd afgezien van de verdere ontwikkeling van de Leopard 1A6, dit kanon was te krachtig.

Leopard A1 En A2 met gegoten toren

 

Leopard A3 met gelaste toren

 

 

 

 

Gebruikers

De Leopard 1 is door verschillende landen in gebruik genomen, hierdoor ontstonden nog meer varianten, zo nam Australie van af 1976 90 Leopard 1A3 met het Belgisch SABCA vuurleidingssysteem in gebruik als Leopard 1AS1.

De 334 Belgische Leopard's 1Be werden op de standaard 1A5 en voorzien van extra koffers op de zijkanten, verder werd het SABCA vuurleidingssysteem ingebouwd en het FN 7,62 mm MAG machinegeweer gebruikt.

In 1997 kocht Brazilië 128 van deze Leopard's die dan de benaming Leopard 1ABE kregen.

De 114 Canadese Leopard 1C1 en 1C2 komen overeen met de Leopard 1A3 maar werden ook uitgerust met het Belgisch SABCA vuurleidingssysteem.

Chili kocht 250 Leopard 1V over van Nederland en bezat op slag een van de grootste tankarsenalen van Zuid Amerika.

De door Denemarken aangekochte Leopard 1A3 werden voorzien van een een EMEs vuurleidingssysteem en omgedoopt tot Leopard 1A5DK.

In Griekenland zijn in totaal 466 Leopard tanks van de type's 1A3, 1A5 en V1 in gebruik genomen.

Van de 920 Italiaanse Leopard 1A5 tanks die in gebruik waren werden er in Italië 760 in licentie geproduceerd.

De oorspronkelijke aankoop van 468 Leopard A1 door Nederland werd later aangevuld met nog eens 53 extra gevechtstanks en in de loop van de jaren ook aangepast, al deze voertuigen kregen de benaming Leopard 1V waarbij de V staat voor verbeterd.

De eerste 78 geleverde Leopard 1A1 aan Noorwegen werden ook verbeterd tot de Leopard 1A5NO en de 92 later aangekochte Leopard 1A5 tot Leopard 1A5NO2.

De oorspronkelijke 417 Leopard 1A3 door Turkije aangekocht werden eerst aangepast tot de Leopard 1A3T1 door het inbouwen van een EMES 12A3 vuurleidingssysteem, later werden ze nog zo gemoderniseerd dat ze zelfs nu als Leopard 1T nog bijna dezelfde prestaties kunnen leveren als de Leopard 2 of de M1.

Een buitenbeentje vormt de door OTO Malera en FIAT ontwikkelde export versie, dit om de Duitse export belemmeringen te omzeilen, Duitsland bezat namelijk een vetorecht als het ging om export buiten de NATO landen, en zo kwamen er toch 36 exemplaren van de OF-40 in de Verenigde Arabische Emiraten terecht.

Belgische Leopards op de schietstand en in Bergen

 

Duitse Leopard 1A2

 

Belgische Leopard 1BE

 

Deense Leopard 1A5DK bij een UN inzet

 

 

Varianten

Bergepanzer 2, hiervan werden tussen 1966 en 1969 621 stuks geproduceerd, hiervan werden er 36 aan België geleverd,voor het bergen van de zwaardere Gepard werd een krachtiger type ontwikkeld, de Bergepanzer 2 A2.

Italië bouwde later zelf nog 68 bergingstanks.

De Pionierpanzer ook wel Bergepanzer 2 A! Genoemd werd voorzien van een krachtiger dozerblad en een zware boor, van de 68 gebouwde exemplaren zijn er zes aan België geleverd, Italië bouwde zelf 28 exemplaren.

Later bouwde Duitsland nog 104 uitgediende Bergepanzer om tot de Pionierpanzer 2 Dachs.

Van de Brückenlegerpanzer of Biber werden voor Duitsland 105 stuks gebouwd, 14 voor Nederland die later nog met 11 systemen werden aangevuld, 5 voor Australië en 6 voor Canada, Italië bouwde zelf nog 64 bruggenleggers.

De brug van de Biber is 22 meter lang en kan vijftig ton dragen.

België bestelde in 199 bij Kraus-Maffei nog eens 9 bruggenleggers die op oude Belgische ondersellen konden gebouwd worden en gebruik konden maken van de door MAN ontwikkelde Panzerschnelbrücke Leguan, deze brug heeft een lengte van 26 meter en kan 70 ton dragen.

De Flakpanzer Gepard is met zijn twee 35 mm Oerlikon kanonnen 432 gebouwd, hiervan zijn er 55 aan België geleverd, de Nederlandse versie heeft een ander radar en vuurleidingssysteem PRTL genoemd, wat al snel tot de bijjnaam “Pruttel” leidde.

Voor het Nederlandse Korps Mariniers werd ook een Beach Armoured Recovery Vehicule ofwel BARV ontwikkeld, een voertuig met een sterk verhoogde waterdichte opbouw die het mogelijk maakt bergingsoperaties in de branding uit te voeren.

En dan is er nog de Fahrschulpanzer, de scholingstank waar menig chauffeur Leopard zijn rijbrevet heft op gehaald, hier werd de toren vervangen door een cabine waar de rijinstructeur plaats in kon nemen.

De torens van de 12 Belgische tanks werden gebruikt voor opleiding van mechaniekers en kanonniers.

Belgische Leopard 1 Bergingstank

 

Duitse Leopard 1 Bergingstank

 

Brugslagtank Biber

 

Brugslagtank Leguan

 

De Gepard als luchtafweer