Stuwdammen waren niet alleen voor de waterbeheersing maar ook voor de stroomvoorziening belangrijk, niet alleen voor burgers maar ook in militair opzicht.

Wegens het gevaar an luchtaanvallen werden de dammen goed beschermd door luchtafweer en torpedonetten.

Hierdoor werd het noodzakelijk speciale wapens te ontwikkelen om dergelijke doelen met enige kans op succes aan te vallen.

Vrij bekend is de Britse roterende bom ontworpen door Sir Barnes Wallis, hiermee was het 617 Squadron “The Dam Busters” uitgerust en het lukte hun op 17 Mei 1943 de Eder en de Mohnesee dammen te vernietigen.

In Duitsland had men een andere oplossing bedacht om dergelijke doelen aan te vallen, de zo genaamde Winterballon.

Deze bom was bedoeld om in de winter ingezet te worden als er een ijslaag op het water was, na het doorbreken van het ijs zonk ze op de bodem waarna zich een ballon vulde die de bom enige drijfkracht gaf en ze recht oprichtte.

Nu moest de bom met de natuurlijke stroming onder de aangebrachte netten door tot aan de dam drijven om daar op het ingestelde tijdstip tot ontploffing te komen.

Voor alle zekerheid moesten bij een aanval meerdere bommen afgeworpen worden.

De bom bestond uit de standaard SC 1000 L met de stabilisatievinnen “Leitschirm 08”, de springlading bedroeg 450 tot 500 kilo en hier werd een uitsparing in aangebracht voor het drijfsysteem.

Dit systeem bestond uit een tweedelige behouder met er in de ballon en een koolzuurfles met ontsteker.

Aan de kop van de bom was een schijf onder een hoek van dertig graden aangebracht om de bom na de inslag onder water zo snel mogelijk van een vertikale naar een horizontale positie te brengen.

De stabilisatievinnen waren slechts met drie schroeven bevestigd om zeker te stellen dat ze bij de inslag van de bom gescheiden werden.

et cylindrische gedeelte van de behouder werd de ballon gemonteerd en vast gehouden door een afspringbare beugel, in het tweede gedeelte kwam de koolzuurfles met ontsteker en aansluitingen.

De ballon had een inhoud van 700 liter en werd met twaalf een meter lange kabels aan de bodem ban de behouder bevestigd.

De koolzuurfles bevatte drie liter en de ballon was voorzien van een ventiel om het teveel aan vulling af te voeren, veder nog een ventiel op basis van zout dat na een bepaalde tijd opgelost was en zo het gas uit de ballon liet stromen zodat de bom op de bodem zakte.

Het tijdstip van ontploffing kon ingesteld worden door middel van de tijdsontsteking 17 A

De Winterballon kon van op een hoogte van vijftig meter afgeworpen worden, bij afworpen van 1000 meter en hoger moest de waterdiepte minstens zeven meter bedragen om te vermijden dat de bom in de bodem vast ging steken.

De bom met ballon in drijvende toestand opgericht had een hoogte van drie meter zodat de minimum diepte van het water drie meter moest zijn.

Aanvallen op objecten met een waterdiepte tussen drie en zeven meter waren mogelijk op lage hoogte onder de duizend meter.