Over het Ardennenoffensief bestaat al veel lectuur, zeker over de gebeurtenissen rond Bastogne, maar in feite was nog voor de eerste Duitse eenheden Bastogne bereikten de slag al verloren in de noordelijke sector van het aanvalsfront.

In deze sector opereerde het Eerste SS Panzerkorps bestaande uit de 1st SS Panzer-Division “Leibstandarte Adolf Hitler” en de 12 de SS Panzer Division “Hitlerjugend”.
De opdracht van deze eenheden was nadat de divisies Volksgrenadiers de fronten doorbroken hadden op te rukken naar de Maas en vervolgens naar Antwerpen.
De opmars van deze twee divisies moest gebeuren over vijf Rolbahnen, de twee zuidelijkste, D en E, werden toegewezen aan de 1st SS divisie, de banen A, Ben C kwamen toe aan de 12 de SS Divisie.
De geschiedenis van de 1st Divisie met de Kampfgruppe Peiper is meer dan gekend zodat we hier enkel ingaan op de Rolbahnen A,B en C van de 12 SS Hitlerjugend.

Zo als de naam het al zegt was deze divisie samengesteld uit jonge soldaten die uit de Hitlerjugend kwamen, in die jeugdbeweging waren ze niet alleen lichamelijk goed getraind maar ook geestelijk beïnvloed, hierdoor ontstond een moedige vechtlustige maar fanatieke politieke soldaat.
Tijdens hun inzet in Normandië leed de divisie zware verliezen, hier geven de verschillende bronnen wel verschillende cijfers maar van de 19.000 manschappen zijn er slechts 1.500 tot 3.500 die zich uit de zak van Fallaise konden terugtrekken en een hergroeperingszone konden bereiken.
Een getal dat wel vast staat is het aantal nog gevechtsklare tanks die ze bij zich hadden, namelijk nog tien.

Het personeel terug aanvullen was niet moeilijk vermits men kon rekruteren bij de Hitlerjugend, hierdoor werd wel de getalsterkte van een divisie bereikt maar de ervaring van fronttroepen ontbrak, en ervaring kan niet vervangen worden door fanatisme.
Tanks vervangen was een groter probleem, alle divisies schreeuwden naar vervanging en de industrie kon aan de vraag niet voldoen, hierdoor beschikte de 12 SS Hitlerjugend bij het begin van het Ardennenoffensief over 38 Pz V Panters en 37 Pz IV in het 12 de Panzer Regiment, om praktische redenen werden alle tanks in een bataljon gegroepeerd.
Buiten de organieke antitank eenheden, uitgerust met getrokken en rijdend antitankgeschut beschikte de divisie nog over een eigen antitankbataljon met onder andere 22 panzerjäger IV.
De 560 ste Schwere Abteilung werd aan de divisie toegevoegd, deze afdeling had 28 Panzerjäger IV en 14 Jagdpanters.

De opmars moest verlopen over drie routes, de Rollbahnen, nu moet men zich daar geen grote wegen voorstellen, gedeeltelijk waren deze zelfs niet verhard zodoende vormden er zich hier al van bij het begin van de opmars vertragingen en opstoppingen.
Zelfs tegenwoordig zijn deze wegen slechts licht verhard en vele zijn enkel toegankelijk voor voetgangers en fietsers.

Rollbahn A: Dit was de meest noordelijk gelegen weg. Vertrekkend van aan de Hollerather Knie liep deze weg doorheen het Dreiherrenwald en Forst Rocherath naar de tweelingdorpen Rocherath en Krinkelt. Langs hier zou één bataljon van het SS Panzergrenadierregiment 25 oprukken om zo contact te maken met de parachutisten van Oberstleutnant “Freiherr” Von Der Heydte die ter gelegenheid van de operatie “Stösser” zouden worden gedropt om de kruispunten in de nabijheid van de Baraque Michel in te nemen en zo eventuele Amerikaanse versterkingen vanuit het noorden tegen te houden.

Rollbahn B: Deze weg liep vanuit de richting Udenbreth, Duitsland in het oosten over Weisserstein naar Mürringen, Bütgenbach en Spa tot aan Flémalle aan de Maas. Hij volgde de Edesbach om dan tevoorschijn te komen langs de westkant van Forst Rocherath in meer open terrein. SS Kampfgruppe Müller kreeg deze weg toebedeeld. De gevechtsgroep van Sturmbannführer Siegfried Müller bestond uit het SS Panzergrenadierregiment 25 zonder dat ene bataljon dat langs Rollbahn A moest oprukken, SS Panzerjägerabteilung 12, een afdeling artillerie en één Pionierkompanie.

Rollbahn C: Verschillende Kampfgruppen van de 12.SS Panzerdivision moesten hierlangs. Eerst kwam de Kampfgruppe Kühlmann met het SS Panzerregiment 12, de schwere Panzerjäger Abteilung 560, een bataljon Panzergrenadiers van het Panzergrenadierregiment 26, een groep Sturmgeschütze en een Pionierkompanie. Vervolgens de Kampfgruppe Bremer met de versterkte SS Panzer Aufklärungsabteilung 12 en de Kampfgruppe Krause met SS Panzergrenadierregiment 26 minus één bataljon dat aan Kampfgruppe Kühlmann was toebedeeld, een afdeling artillerie, Nebelwerfer, luchtafweereenheden en genietroepen. Ook de staf van de Panzerdivision moest hierover. Rollbahn C liep over het kruispunt Losheimergraben naar Büllingen en Malmédy tot aan Engis aan de Maas.

Dat niet alles altijd naar plan verloopt moest de 12 SS nu ook ondervinden, een paar dagen voor het begin van het Ardennenoffensief had de 2th US Infantery division (Indian Head) een aanval op het kruispunt van Wahlerscheid gelanceerd en ook dit punt veroverd, de commandant, Gen Walter R. Robertson belsoot echter tot een onmiddellijke terugtocht van zijn divisie naar de Elsenborn Ridge gezien de dreiging dat een vijandelijk offensief zijn divisie kon afsnijden.
Het via het Hasselpath oprukkende Regimental Combat Team van de 99th US Infantery Division (Checkboard) is eveneens beginne terugtrekken en vormde met het 393th en 394th regiment een gesloten front waar de Volksgrenadiers die de weg voor de 12 SS Panzerdivision moesten vrijmaken niet doorheen kwamen.
Een van de redenen was ook dat wegens de US aanval de artillerie van de 2th en 99th division op en rond de Elsenborn Ridge geconcentreerd waren, in totaal 45 batterijen die een enorme vuurkracht konden ontwikkelen.

Tegen de ochtend van 18 December hadden verschillende terugtrekkende eenheden zich samen met aankomende versterkingen in Rocherath-Krinkelt verzameld om het tweeling dorp te verdedigen, hoofdzakelijk waren dit eenheden van de 2th division, het 741ste tankbataljonen het 612th, 644th en 801th tank destroyer bataljon.
De verdediging begon al op 16 December om de teruchtocht van de US eenheden uit Wahlerscheid toe te laten en was bijzonder hardnekkig.
In Rocherath-Krinkelt speelde er zich nu een eenmalig gevecht af, men kan het bijna als een huis aan huis gevecht met tanks beschrijven, beide partijen openden het vuur op zeer korte afstand zo als Obersturmführer Zeiner, Commandant van de 1ste Panzerjägercompagnie het beschrijft.

Sturmgeschutz IV

Pas voor de kerk liet de vijand iets van zijn aanwezigheid zien. We kregen infanterievuur tegen. Ik reed voor tot aan de kerk, met vlak achter mij de overige stukken geschut. Het begeleidende infanteriepeloton kreeg van mij de opdracht al de huizen uit te kammen en de aangetroffen soldaten ontwapend op straat te zetten. Nu speelde er zich iets beangstigend af. Ik deed mijn Panzerjäger halt houden op het kruispunt voorbij de kerk. Ik liet de motor afzetten zodat ik me, voortgaande op het geluid, kon oriënteren. Achter me hoorde ik af en toe schoten. Plots hoorde ik rechts van mij, ogenschijnlijk van achter de kerk, het bulderend opstarten van een zware motor. Ik zag enkel tegen het met sneeuw bedekte kerkplein de omtrekken van de kerk zich aftekenen. Daarachter vermoedde ik dat een vijandelijke tank zich in beweging had gezet. Ik liet de motor terug opstarten, liet de Panzerjäger negentig graden naar rechts zwenken en zag dan hoe een “Sherman” vanachter de kerk achteruitrijdend tevoorschijn kwam, slechts op een kleine tien meter van mij af. Ik gaf het bevel: “Panzergranate!” en liet de loop richten. Wanneer die reus recht voor mijn kanon kwam, verdween ik in mijn luik. We schoten de tank af. Ze stond onmiddellijk in lichterlaaie en verlichtte zo nog lange tijd de plaats van het treffen, het kerkplein. Nog twee mannen konden zich in de kerk verschansen, nadat ze uit de tank waren gesprongen. We lieten ze ongemoeid. Ondertussen hoorde ik vanachter de kerk weer geluiden afkomstig van tanks. We kregen aan de andere kant van het kerkplein nog een “Sherman” te pakken. Een derde “Sherman” werd dan door een achteropkomende Panzerjäger, die langs rechts kwam gemaneuvreerd, buiten gevecht gesteld. Dan was het volledig stil. Ik stapte uit en zag verschillende verkleumde negers staan, deels gekleed in nachthemden of dergelijke, op een honderd meter achter me, samengetroept op de straat tussen twee achteropkomende Panzerjäger en bewaakt door onze infanterie.

Op de avond van 18 December was Rocherath-Krinkelt nog in Amerikaanse handen en dat zou zo blijven tot alle terugtrekkende US troepen de Elsenborn Ridge bereikt hadden.
Niet alleen waren hiermee de Rolbahnen A en B afgesloten maar ook het gebruik van Rolbahn C kwam in het gedrang, op 17 December besloot de Kampfgruppe Peiper van de 1ste SS Panzerdivision wegens de slechte wegen af te wijken van de haar toegewezen Rolbahn D en over de Rolbahn C verder op te rukken, hierdoor kwam deze in Büllingen achter de 99th US divisie terecht die nog altijd de Rolbahn C voor de 12 SS blokkeerde.
Door de zware gevechten was een groot gedeelte van de slagkracht verloren gegaan, het aantal gevechtsklare tanks voldeed niet meer om verder aan te vallen, verdere aanvallen op de Elsenborn Ridge van uit de omgeving Rocherat-Krinkelt zijn doodgebloed.

Hiermee kwam een einde aan de inzet van de 12 SS Hitlerjugend op de noordelijke schouder van het Ardennenoffensief, de resten van de divisie werden later nog in het zuiden tegen Bastogne in de strijd geworpen.
Na het Ardennenoffensief is de divisie nog in het Oosten ingezet om uiteindelijk in Amerikaanse gevangenschap te geraken.

Sturmbannführer Siegfried Müller

 

Obersturmbannführer Herbert Kuhlmann

 

 

Sturmbannführer Gerhard Bremer

 

Obersturmbannführer Bernhard Krause

 

 

Vernietigde Panter in Rocherath