De Belgische deelname aan de oorlog in Korea is een weinig bekend hoofdstuk van onze militaire geschiedenis, wat hier volgt is een uniek dagboek van een van onze militairen.

Mijn Dagboek

(Januari 1951 - November 1951)

De Oorlog in Korea

André Van Damme

MIJN DAGBOEK IN KOREA

Mijn naam is Van Damme André, geboren te Brussel in 1924 en later als oorlogsvrijwilliger in september 1944 bij het leger ingelijfd.

Zo werd ik op 12 oktober 1944 opgeroepen om mij in Casteau te melden, waar wij inderhaast een keiharde opleiding dienden te ondergaan.

In november 1944 werden wij vervolgens in Amerikaanse wagens getransporteerd richting Noord. Jammer genoeg kan ik mij de naam van het dorpje niet herinneren, alhoewel het toen een gekend dorpje van Holland was. Ze waren vooral bekend als dieven, en inderdaad, de boomstammen die de dag voordien voor ons waren ter plaatse gebracht, waren 's morgens reeds verdwenen.

Nu herinner ik mij het dorpje aldaar toch! Het luisterde naar de naam Sint Willibrord. Nu ik wou het niet speciaal over Holland hebben, maar wel over het begin van mijn militaire carrière die ik wou verwoorden.

 

DE OORLOG IN KOREA

Na reeds zes jaar bij het leger gediend te hebben, vond ik het normaal mij bij de eersten te melden als kandidaat Keur-O/Officier. De eersten die hiervoor in aanmerking werden genomen, waren de actieve Officieren en de O/Officieren. Diegene die wilde gaan, gingen dan ook en dienden zich te melden bij het kamp Commando, waar vervolgens ook zeer zware proeven dienden afgelegd te worden.

In oktober 1950 werden de dienstnemers reservisten opgeroepen te Leopoldsburg waar het kader inmiddels reeds ter plaatse was. De samenstelling verliep zeer snel en vlot, veel was er ook niet te vragen aangezien wij er zelf voor hadden gekozen.

Eindelijk na meer dan twee maanden zware opleiding was het zover. Op zondag 18 december scheepten wij in op het troepentransportschip "KAMINA". De kade zag zwart van het volk. De Koning, een hele staf van Officieren en een zee van volk. Vele tranen werden er gelaten, nochtans was ik uiteindelijk tevreden dat wij de kade verlieten, heel dat emotionele gedoe was op dat moment niet aan mij besteed.

Eens uit het zicht van de kade was er al onze eerste ontgoocheling, de O/Officieren werden ondergebracht in een cabine. Van de reis zelf is niet veel goeds te vertellen "wij zaten als haringen in een ton verpakt". De O/Officieren van de C Cie. sliepen met zestien man in een cabine, het was walgelijk, maar wij waren vrijwilligers en hadden er dus niets tegen in te

brengen. Onze regering had waarschijnlijk niets beters, en zo was het ook. Daar wij er voor gekozen hadden was het een gelegenheid voor ons om te tonen wie we waren, dit is ook waarom ik hier niet verder wil over uitweiden.

Toen we zeven maanden als oorlogsvrijwilliger dienden, hadden wij er zelfs geen tenten, het was puur natuur, alleen als er mensen op de vlucht waren kon ik daar mijn intrek nemen.

AANKOMST IN KOREA

Buiten Busan werd een tentenkamp opgesteld voor gans het bataljon. De volgende morgen kregen wij een uitstekend ontbijt en werden wij zeer goed opgevangen.

Ons programma bestond die dag uit "rotsen beklimmen", sectie en Pon aanvallen. Ei zo na was ik bij het beklimmen van die rotsen in de diepte gevallen, gelukkig kon ik me bij het achterover tuimelen nog net de tweede koord grijpen waardoor ik mij langzaam naar beneden kon laten zakken.

03 FEBRUARI 1951

Wij gingen op nachtmars en trokken over acht verschillende bergen, de helft van onze Cie. verloren wij hierbij. Op sommige plaatsen moesten wij te paard (neerzitten op de kam met benen gespreid), dat noemden wij te paard en zo ging het langzaam. Het was trouwens de ideale wijze om zo in de donkere nacht geen ongevallen te bekomen. Ik durf te zeggen dat ik samen met een 12-tal manschappen na een paar uur plots een zijweg had ontdekt. en met heel veel geluk zijn wij goed en wel beneden gekomen. Wij waren om 7 uur al terug in het kamp. Er waren zelfs verloren gelopen mannen die pas in de late avond toekwamen. Mijn oordeel was, hoe kan een leider met een gans bataljon en dan nog in een donkere nacht in een totaal onbekend land zoiets bevelen.

04 FEBRUARI 1951

Het was voor mij uitslapen tot 12.00 uur, waarna wij een goed middagmaal konden nuttigen. Vervolgens te 14.00 uur inspectie en parade. Het was 17.00 uur toen we met de O/Officieren naar de stad gingen, tenminste wat er nog van de stad overbleef. Het was hallucinant ... om achtergelaten kinderen te zien die totaal naakt beschutting zochten met een grote papieren zak (zoals de mijnwerkers vroeger ook gebruikten), maar dan wel met speciale zakken. Wij hadden er al genoeg van om zulke kinderen aan hun lot over te laten en gingen terug naar ons kamp. Niet te vergeten dat meer dan de helft van de bevolking de stad ontvlucht waren. Het was zo verschrikkelijk, de mensen waren gedesoriënteerd en namen de verkeerde richting. Trouwens de communisten hadden de stad reeds aangevallen maar werden door de Zuiderse troepen terug verdrongen.

05 FEBRUARI 1951

Uitdeling van de winterkledij: vier paar extra sokken, een wintertrui en dito vest en een prachtige wintermantel. Ik heb die nooit gebruikt maar heb die bijgehouden voor als ik terug naar België zou komen, met daarbij nog een heleboel andere nuttige zaken, typisch Amerikaans natuurlijk. 's Avonds bekeken wij een film met als thema "Bevroren voeten". En daar was men zeer streng op bij bet Amerikaanse leger. Men diende steeds een paar reservekousen bij te bebben, niet in de rugzak maar op de borst. De kousen werden op de borst gedragen op een zodanige wijze zodat ze geen zweetvocht konden opslaan tijdens een voet mars of loop mars, of andere zware inspanningen. Dus niet op het blote lichaam of op het onderhemd, maar meer naar buiten toe, maar toch beschermd van nat. Wanneer men op stelling kwam kregen onze voeten de eerste aandacht door deze duchtig met beide handen in te wrijven zodat onze voeten terug warm werden, waarna droge kousen werden aangetrokken met liefst droge schoenen. Dat is echt iets wat ik geleerd heb in Korea. Tijdens mijn opleiding in de school voor O/Officieren werd daarover nooit gesproken. Eén feit is zeker, de Amerikanen waren zeer streng voor bun soldaten maar bij ons was dat niet zo, ieder moest zijn eigen plan trekken. Het Amerikaanse leger beschikte in grote mate over het modernste materiaal. Wij waren daar sukkelaars tegenover, maar wat het gevecht aanging waren de Belgen toch beter. Dit is maar een klein detail, maar in wezen werden wij zeer geëerd door de Amerikanen. Het is eenvoudig, een Belg trekt overal zijn plan maar een Amerikaan is rot verwend, zo eenvoudig is dat.

06 FEBRUARI 1951

Bergbeklimmen, de stad lag er dood bij. Voor de Koreanen is het nieuwjaar, alle winkels en huizen van plezier waren gesloten, dit feest duurde vijftien dagen. Wij verbleven hier 10 dagen.

11 FEBRUARI 1951

Wij verlieten de trainingskampen, werden met GMC's naar ons nieuw verblijf gebracht. De C Cie. nam zijn kwartier in te WAEGW AN.

12 FEBRUARI 1951

Begin van patrouilles op zoek naar partizanen. Die mannen waren uiterst goed getraind, zo plots als ze kwamen, zo snel waren ze ook weg. Ze vinden was zoals een speld in een hooimijt zoeken, daarbij hadden zij ook nog het voordeel dat ze de streek grondig kenden, wij voelden ons hier als ware echte beginnelingen.

13 FEBRUARI 1951

Mijn 1 ste nachtpatrouille. Boven op de berg kon men de sporen van een voorgaand gevecht goed terug vinden. Er waren veel Chinezen gedood, ze zaten nog in hun put. Ik heb er vierenvijftig geteld.

14 FEBRUARI 1951

Deze ochtend was de Cie. op verkenning vertrokken, iedereen was voorzien van witte kledij. Wij hadden bij een ijzig koud weder, drie bergen verkent waarbij wij op sommige plaatsen door het ijskoude water waden. Op één van die bergen werden wij onder vuur genomen, maar we hadden deze kunnen verlaten zonder enig verlies van onze manschappen.

15 FEBRUARI 1951

Soldaat Lagrassiére werd getroffen door een kogel in de voet, verder niets noemenswaardig te vermelden.

16 FEBRUARI 1951

Door het feit dat er een politiepost werd aangevallen door de partizanen, was er groot alarm. De C Cie. kreeg onder leiding van Majoor Vivario de opdracht de partizanen aan te vallen. Wij brachten ons in gereedheid voor de aanval, tot plots een U.S. Officier ons waarschuwde dat alle bergen bezet waren met partizanen, hij schatte het aantal op 4000 manschappen. Het zou waanzin zijn om met één Cie. zo een aanval in te zetten tegenover zulke overmacht. Wij trokken ons terug en installeerden ons op een andere plaats. Eindelijk kwam omstreeks 23 uur het bevel van het U.S. hoofdkwartier dat wij ons moesten terugtrekken naar ons oud kanton, waar wij om 02.00 uur in de nacht aankwamen. De Amerikanen waren bevreesd dat er een aanval op de hoofdweg Teagu-Seoul zou plaats vinden. De mogelijkheid bestond dat gevechtstroepen de hoofdweg zouden opblazen om te verhinderen dat het vervoer van munitie hierdoor belet zou worden. Er waren nu twee Chinese Divisies ingesloten.

17 FEBRUARI 1951

Hedenmorgen waren er twee andere Cie's de bergen ingetrokken op zoek naar partizanen waar zij onder vuur werden genomen. Er werd heen en weer geschoten maar zonder belangrijk resultaat.

18 FEBRUARI 1951

Er werden twee patrouilles gevormd, waarbij ikzelf bij één van deze patrouilles werd ingedeeld. Met camions vertrokken wij 20 mijl verderop, waar mijn patrouille de opdracht heeft gekregen de top van de heuvel te bezetten. De beklimming verliep traag en moeilijk door de aanwezige sneeuw waardoor wij twee uur nodig hadden om de top te bereiken maar jammer genoeg hadden wij niets of niemand gezien. De Chinezen waren

zoals wild, "men zag ze en plots waren ze ook weer verdwenen".

20 FEBRUARI 1951

Het was vier uur in de morgen en we maakten ons klaar om patrouille te lopen op zoek naar partizanen. Per camion vertrokken wij naar "INCHON", een grote havenstad die er destijds verwoest bijlag.

In Inchon aangekomen was het na het uitstappen onmiddellijk de bergen in! Het was inmiddels 22u en we hadden reeds in totaal 20 km afgelegd zodat bij iedereen de totale vermoeidheid zich liet gevoelen.

Wij hadden nu wel het hoofdkwartier van de partizanen ontdekt, maar bij gebrek aan de nodige inlichtingen en de vermoeidheid zullen wij pas morgen aanvallen!

21 FEBRUARI 1951

Daar wij een afspraak hadden met de Zuid-Koreaanse politie dat deze 300 man zou leveren vertrokken wij 's morgens te 06.00u.

Het was 08.00u als de afspraakplaats werd bereikt, jammer genoeg was alle moeite voor niets geweest omdat de Zuid-Koreaanse politie niet wou aanvallen daar ze niet beschikten over voldoende manschappen. "Dit voorval deed zich meer voor bij hen".

Een andere patrouille werd dan als volgt samengesteld: 1 Kapitein, 1 Chef en vier soldaten, aangevuld met honderd Koreanen.

Het was 11.00u en we begaven ons terug naar onze basis, twee uren later hadden wij geen verbinding meer met de nieuwe gevormde patrouille. Na de middag besliste de Cie. Commandant om een tweede patrouille uit te zenden in de hoop om de eerste terug te kunnen vinden, van deze patrouille maakte ik ook deel uit!

We kropen over rotsige bodems in het bos, waarbij we soms op sommige plaatsen tot onze knieën wegzakten in de sneeuw. Plots hoorde ik onder ons stemmengeluid, ik naderde dichterbij en zag in de diepte Luitenant Verbaegen die in het midden van een brede asfaltweg stond, ik riep hem toe: "Luitenant, ga in dekking". Wij waren opgelucht omdat we bij het horen van de stemmen niet onmiddellijk het vuur hadden geopend!

22 tot en met 25 FEBRUARI 1951 RUST

26 FEBRUARI 1951

Ik vertrok naar een USA oefenkamp om de Bazooka Super te leren hanteren. Dit was zeer leerzaam. Ook genoot ik nog de vreugde diezelfde dag om op een koepel van een tank te kunnen schieten.

27 FEBRUARI 1951

Oefeningen met de Bazooka, wijze van vuren, houding en stelling. Gebruik van de Bazooka en terrein kennis, dat was voor ons allemaal zeer belangrijk.

28 FEBRUARI 1951

Schietoefeningen met de Bazooka, een hele dag waarbij we twee maal mochten schieten en telkens raak!

01 MAART 1951

Cie. op rust

02 MAART 1951

Ik vertrok mee naar Busan om er onze voertuigen af te halen. Door het feit dat de reis niet zo vlot verliep, kwamen wij pas om 23.00u aan te Busan. We begaven ons naar de Meesgroep om ons eten te nuttigen en nadien naar de

check receptie center voor vehicles. We bleven daar ook overnachten!

03 MAART 1951

Bij het wekken om 06.00u bood de nieuwe dag zich aan. Na het ontbijt gingen we de voertuigen afhalen. Op de middag om 12.00u was alles klaar en geregeld en de colonne vertrok richting Bataljon. De Adjudant die op kop reed hield er een ongeoorloofde rijstijl op na, we reden aan 32 MPH, wat waanzin was! Een jeep ging trouwens over de kop met geluk dat er geen gekwetsten waren. Uiteindelijk waren we na 20 uur terug in Waeg- Wan.

ZONDAG 04 MAART 1951

Afbaling van de voertuigen

05 MAART 1951

Laden van de voertuigen

06 MAART 1951

Om 10.00u vertrek van bet Bon bestemming TAE-JON. Een geweldige stad maar jammer genoeg in puin geschoten.

07 MAART 1951

Vertrek naar Suwon waar we het front naderden.

08 MAART 1951

Wij namen stelling in, waarbij ieder zijn eigen stelling groef. Tijdens de nacht was er hevig artillerievuur. Voor ons lag de Han River, het dorpje heette Ayoksamri.

10 MAART 1951

Patrouille op Han met vertrek te 22.00u, de patrouille was samengesteld uit een Luitenant, vier soldaten en mezelf.

11 MAART 1951

Als uitgezonden patrouille waren we terug te 03.00u. Wij hadden visueel contact met de vijand. Er werden licht parachutes gedropt om alles beter te kunnen waarnemen. De stad Seoul stond in brand.

12 tot en met 15 MAART 1951

Alles was vrij rustig!

16 MAART 1951

Eerste gevechtspatrouille, Peloton chef, 1 ste Sgt Lochs, Adjunct, ikzelf + een peloton soldaten. In een storm boot maakten wij de overstreek van de Han, net aangekomen aan de overkant zagen wij in de verte reeds de voorstad van Seoul. De Chinezen, die niet deskundig waren in het aanleggen van landmijnen, wij konden van ver waarnemen waar ze gelegd waren. Bij nacht aan het gevechtsveld meer onttrokken, waren hun landmijnen logischerwijze dan weer wel gevaarlijker ... Bj het naderen van de stad zagen we vele dode Chinezen in de straten liggen. Plots kregen we via de radio het bericht om ons onmiddellijk terug te trekken, er was namelijk tyfus uitgebroken.

Gevolg gevend aan dit bevel, ontdekte onze Pelotonscommandant tijdens de terugweg naar onze basis een vijandelijke munitieopslagplaats. Bij deze ontdekking kwam de ervaring van lSgt. Lochs en mijzelf zeer van pas, daar wij beiden als oorlogsvrijwilligers aan de frontlijn in Holland hadden gestaan. Bij onze terugkeer op de basis bracht I Sgt. Lochs verslag uit over onze opdracht waarbij hij eveneens de Cie. Commandant op de hoogte bracht van de ontdekte munitieopslagplaats. Lt. Beaupres ging contact opnemen met de Amerikaanse bevelhebber. In de late namiddag ontving onze Cie. Commandant de instructies voor de volgende dag. Een 0 groep werd gevormd die uit de hierna volgende militairen zal bestaan: Lt. Beaupres, Cie. Commandant, OfLt Verhaegen, een USA kapitein, twee USA soldaten en een paar mannen van onze Cie.

18 MAART 1951 (zondag)

De gevormde Patrouille vertrok per boot voor de oversteek van de Han om 08.15 uur. Om 09.12 uur om exact te zijn, hoorden wij plots een geweldige ontploffing, ik vermoedde dat de Patrouille op een mijn was gelopen. lSgt Lochs liep samen met mij als gekken naar buiten. Wij moesten even wachten op een Amerikaanse stormboot om de oversteek te maken en om ons te vergewissen van de toestand aldaar na de ontploffing. Eenmaal aangekomen werd ons vermoeden bevestigd, de toestand was ongelooflijk pijnlijk voor ons. Onze Cie. Commandant was als het ware aan stukken gereten, wij hadden de stoffelijke resten in een tentzeil gelegd. De Amerikaanse kapitein konden wij zelfs niet meer terug vinden, terwijl Lt. Verhaegen meters ver was geslingerd waarbij zijn mantel meer op een zeef leek dan op een kledingstuk, "God zij dank was hij niet ernstig gewond". De andere militairen van de Patrouille waren lichtgewond. Wij hebben Lt. Beaupres dode lichaam (de resten) per stormboot terug gebracht, vervolgens op een jeep gelegd en naar de P.C. van de Cie. gebracht.

N.B. Dit was een dag om nooit te vergeten. Lt. Beaupres was een uitstekend officier en zeer moedig. Trouwens had hij ook deelgenomen als Commando Officier aan de gevechten in Italië-Joegoslavië en Walcheren. Hij was ook bij de eersten om zich aan te melden voor de oorlog in Korea, alhoewel hij een zelfstandig zakenman was in het burgerleven.

De dag van het ganse gebeuren had Padre Van de Goten nog een zielenmis opgedragen waarbij gans de Cie. aanwezig was. Dit vooral had onze Cie. een zware morele deuk gegeven. Wij zullen hem nooit vergeten.

19-20 MAART 1951

Wij rukten verder op, maar er was niets te melden.

22 MAART 1951

Omstreeks 10.00 uur werden wij onder vuur genomen waarbij wij toch twee krijgsgevangenen gevangen namen. Wat later om 12.00 uur werden wij weer onder vuur genomen. De Commandant Poswick, 1 ste Lt. Janssens, 1 ste Sgt. Lochs en ikzelf gingen op verkenning, waarbij er duchtig heen en weer werd gevuurd, hierbij viel onze eerste gekwetste, namelijk soldaat Oderie, Met de hulp van drie soldaten en een USA tank heb ik hem naar de hulpdiensten kunnen brengen. Na een verblijf van enkele maanden hospitaal in Japan was hij gered en kon hij uiteindelijk naar België gebracht worden.

Opmerking.

Indien ik mijn naam of mijzelf wat teveel vermeld in dit verslag, lijkt dat misschien een beetje overdreven of van ijdelheid te getuigen, maar door omstandigheden ben ik wat meer opgevallen en ik zal U ervan toelichten. "Eens we in de nabijheid van het front kwamen en alle voertuigen reeds verdeeld waren onder elke Cie., was mijn functie MT O/Off'. Ik verduidelijk: de persoon die verantwoordelijk was voor de voertuigen. Een O/Off van de andere Cie. is later bij mij gekomen met de vraag of hij mijn functie kon overnemen van MT, persoonlijk vond ik dat geen slecht idee, MT was in feite niet afwisselend genoeg voor mij. Uiteindelijk werd het voorstel aan de Compagnie Commandant gedaan, waarbij hij onmiddellijk antwoordde "Van Damme, jij bent mijn persoonlijke lijfwacht".

Terug aansluitend bij het hierboven verslag van onze vriend Oderie moesten wij waarnemen zowel naar links als naar rechts, wij werden van twee kanten onder vuur genomen. Daar wij in een open vlakte oprukten hadden wij ons met vuur en beweging terug kunnen trekken. Wij leerden ook gevechtsstrategie kennen. Zij vuurden veel maar hun inzet hield soms plots op, wat ons de kans bood om ons te verplaatsen. Bij deze schermutselingen hebben wij veel geluk gehad.

23 MAART 1951

Op deze dag werd ik als CQMS van de Cie. aangesteld, d.w.z. meer verantwoordelijkheid opnemen. Ik zorgde voor de munitie, het eten, enz ....

24 MAART 1951

Wij namen in de namiddag verlaten stellingen terug in. Alles was kalm, de manschappen gingen in kleine groepjes naar de voertuigen om hun kit bag en andere nodige zaken op te halen. Om precies 00.30 uur (26 maart) werd er plots hevig gevuurd. Ik rende onmiddellijk in de richting van het vuren. Bij één van onze stellingen gekomen hoorden wij het gekreun van een soldaat, het was soldaat Rottiers. Deze jongen lag te slapen in zijn put en werd door een Chinees met de bajonet in de rug gestoken. Het was een voorval dat ik niet graag vermeld! De schuld lag bij nader inzien niet bijdeze jongen, maar wel bij de Pon Commandant. Ik bad drie man als hulp gevraagd en we brachten de jongen naar beneden maar daar is hij jammer genoeg in de ziekenwagen overleden. Er werden bij deze aanval nog vijf andere soldaten gekwetst waarbij ook een Amerikaanse korporaal.

25 MAART 1951

Het is vandaag Pasen en het was ook een echt hondenweer zoals men dat in de volksmond zegt. Tegenover onze stellingen deed er zich een hevig gevecht voor. Het waren de Porto Ricanen die nu slag leverden.

26 MAART 1951

Vanuit onze stelling werden er drie Chinezen gevonden die zich verscholen hadden, maar toch werden gedood.

27 MAART 1951

Wij verlieten onze stellingen en namen er 8 km verder nieuwe in. Als CQMS zijnde was ik verantwoordelijk voor het eten t.t.z. R+R rantsoenen, later meer hierover ...

28 MAART 1951

Ik bad koffie laten maken en naar de stellingen gebracht. Daar ik een zeer goed contact had met de Amerikanen, kreeg ik in ruil voor Whisky zoveel etenswaren als we maar konden laden van hen. Op de middag kregen de manschappen een menu van aardappelen, tomaten, vlees en koffie, waarbij iedereen tevreden was. Vandaag deed de 187de Airborne Divisie een aanval op berg 607. Het gevecht was hevig en hard waarbij er langs Amerikaanse zijde veel gekwetsten waren.

29 MAART 1951

Het was 09.00 uur en we verlieten onze stellingen en namen de stelling van de Airborne over. Het was een droevig zicht, rechts kwamen de Para's met hun doden en gekwetsten de berg af, terwijl we ons links naar boven verplaatsten. De ontmoediging van deze dappere Airborne mannen was duidelijk waar te nemen. Het herinnerde ons eraan dat deze oorlog ook menselij ke slachtoffers opeiste. Zulke dingen blijven in het geheugen hangen en deze tasten ook het moreel van de manschappen aan. Persoonlijk zal ik dat nooit vergeten. Wij hebben hierbij een 300 tal dode Chinezen geteld en ook nog eens vijf Chinezen gevangen genomen. De Para's hadden 60 man verloren en 400 gekwetsten.

30 MAART 1951

Onze Cie. hield nog steeds stand, 's middags verplaatsten wij ons en namen stelling op een andere berg. Besluit: Wij hadden vandaag drie bergen ingenomen, waarbij wij slechts één soldaat verloren (gekwetst). Later vernamen wij dat hij was overleden.

31 MAART 1951

De Cie. vorderde te snel, wij moesten halt houden. De Amerikaanse soldaat Callewaert werd getroffen door een granaat, niet ergs.

01,02 en 03 APRIL 1951

Niets noemenswaardig te vermelden.

06,07,08 APRIL 1951

Alles is kalm, de manschappen deden onderhoud van de wapens en de uitrusting. Hierna volgde ook nog een welverdiende rust. De toestand wass opvallend rustig welke zal duren tot 15 april 1951.

16 APRIL 1951

We namen twee krijgsgevangenen, er sneuvelden ook Chinezen. Luitenant Brokken kwam op de stelling en volgde er een Chinees, plots riep hij "Op het boekje van Rottiers en schiet hem dood". Rottiers werd gewroken.

17 APRIL 1951

Vandaag was het taartendag voor onze Cie. Zoals ik reeds vermeldde, maakten al onze gerechten geen deel uit van onze rantsoenen die wij bekwamen van onze staf. Dikwijls hadden wij eetwaren bekomen van de Amerikanen in ruil voor drank. Mijn keukenpotentieel was zelf eens uitgegroeid tot vier veldkeukens.

18-19 APRIL RUSTDAG

20 APRIL 1951

Wij verlieten onze stelling en rukten op tot 3 Km van de Imjin rivier!

Een Belgische mobiele patrouille verloopt via de Imjin Valley. De Belgen werden enorm gerespecteerd door de Britten: het bataljon was, in de woorden van Sergeant Andre Van Damme, een waarin " ... de geest was stevig aanwezig is." Voor het vrijwilligerswerk voor Korea, een aantal Belgische officieren had gediend in de commando's, maquis en SOE, was een aantal van de mannen vochten in het Franse Vreemdelingenlegioen

21 APRIL 1951

Korporaal Van der Ghoten werd gekwetst door een mijn, zonder erge gevolgen.

22 APRIL 1951

Soldaat HONG-CHING-U die bij ons ingelijfd was, werd getroffen door een kogel in de rug. Het was 22.00 uur en de Chinezen vielen onze stellingen op drie plaatsen aan, het was een geweldige strijd, het fameuze gevecht aan de Imjin was gestart. CQMS zijnde bevond ik mij op 2 Km van de aangevallen stelling, het was bijna ongelooflijk hoe hevig het Chinese vuur was.

23 APRIL 1951 DIT IS OORLOG

07.00 uur s 'morgens en de eerste berichten bereikten ons ... Ik vertrok onmiddellijk met een 4x4 camionette vol munitie, terwijl de Chinezen hun hevige aanvallen maar steeds aanhielden. Ik bracht twee gekwetsten in dekking om ze vervolgens naar de hulppost te brengen .. te weten: 1 ste Sgt. Lochs en 1 ste Sgt. Philips. Daarna begaf ik mij terug naar boven met proviand voor de manschappen. Bij het terug afdalen bracht ik weer twee gekwetsten naar beneden te weten: Lt. Janssens en soldaat Aelbrechts.

N.B. Deze gekwetsten konden nog wel stappen maar hadden wel medische verzorging en hulp nodig bij het stappen. Zij werden zoals alle gekwetsten per helikopter overgebracht naar Pusan en vervolgens overgevlogen naar Japan, waar zij de allerbeste verzorging kregen. De schrik zat er bij de manschappen nu wel in, sommigen verloren zelfs hun denkvermogen waarbij niemand kan voorspelen hoe deze situatie precies zou aflopen. Bij het afdalen viel ik onder hevig vuur. Er waren twee gevaarlijke plaatsen, bij het beklimmen en het afdalen van de berg, hier moest men zeer attent zijn en vooraL.ZIJN KALMTE BEWAREN

Bij mijn afdeling zag ik ook nog een verlaten jeep-Ambulance staan waarvan de chauffeur was gaan lopen, hij was in Combat-Choc geraakt en in paniek weggevlucht. In de jeep Ambulance kijkend zag ik dat het soldaat De Schrijver was die werd vervoerd, hij had een kogelwonde in de rechter hiel. Ik zette mij achter het stuur en bracht hem naar de helikopter voor verdere hulp, ik zag ook geen Engelsman in de buurt en liet de jeep­ Ambulance gewoon staan.

Voor de zevende keer begaf ik mij terug naar de stelling met een radiopost. De RSM de Bie van het Bataljon, volgde mij (de radio was defect en de Cie. was zonder verbinding)! Voor we de berg opgingen werden we samen onder vuur genomen. Het was bijna niet te geloven maar het was nochtans de waarheid. De RSM werd door een kogel getroffen in de lende aan zijn rechter zijde. Ik kon niet anders dan verder naar boven te kruipen want de Cie. had de radio dringend nodig, van zodra de radio in werking was kregen wij het bevrijdende nieuws, "de Cie. maakte zich klaar voor de terugtocht".

Dit bevel diende geen twee keer te worden gegeven en iedereen stormde de berg af. Ik was de voorwerpen van Lt. Janssens nog aan het bijeen zoeken en kwam als laatste de berg af. Hier voorafgaande werd er ook nog een bajonetaanval uitgevoerd, waarbij volgende personen gekwetst werden, 1 ste Lt. Janssens, 1 ste Sgt. Lochs, soldaat Aelbrechts en soldaat De Schrijver die al naar de hulppost werden gebracht.

Volgende vrijwilligers sneuvelden tijdens de gevechten: Soldaat Masset, Peeters, Cabuy, De Groote en Sergeant Claus. Deze aanval was in feite een hopeloze zaak voor hen. Onze gesneuvelden vielen als helden maar tevergeefs, de Chinezen hadden de overmacht met hun honderden strijders.

Op het einde van deze gevechten had onze Cie., 15 gekwetsten en vijf doden.

In de late namiddag kregen wij het bevel ons terug te trekken, waarbij wij twee keer de rivier Imjin dienden over te steken omdat deze rivier een kronkelende rivier was. Voor de manschappen die zich te voet terugtrokken, was de terugweg door een opening in een rots welke door de genie was aangemaakt.

De voertuigen dienden tweemaal over een pontonbrug de rivier over te steken en dit nog onder een zware regen van vijandelijke vuurkogels, het leek een echte vuurketel, slechts één voertuig hadden wij bij deze ontsnapping verloren. Bij nacht waren we in de voorstad van Seoul aangekomen. Iedereen was vermoeid en legde zich te slapen op het voetpad. De volgende dag begaven wij ons alweer naar het front om het Engelse bataljon "Glousters" te ontzetten.

De legerleiding had begrepen dat iedereen was uitgeput en wij kregen onze zeer verdiende rust, wat niet wou zeggen dat we niets deden. Wij kregen nog altijd dagelijkse trainingen.

Sergeant Van Damme's Bronze Star

"For heroism on 23 Apri/1951 near /dong, Korea. During the night of 22 April Sergeant First Class Van Damme, as Supp/y Sergeant of Company C, succeeded in keeping his company furnished with critically needed ammunition. He a/so personally evacuated five wounded comrades to the aid station while under severe enemy automatic weapons fire. Sergeant Van Damme's example of valor during this action was inspirational to all the men erounä him and reflects great credit on him, his country, and the United Nations Farces fighting in Korea. "

10 MEI 1951

Militaire plechtigheid met uitreiking van Eretekens zoals: Het oorlogskruis met Bronzen Leeuw.

Uitreiking aan:

1 ste Sgt. Lochs

1 ste Sgt. Leiding

Iste Sgt. Van Damme

Soldaat Willems

11 MEI 1951

Uitstap met de Cie. Commandant naar Inchon

12-13 MEI 1951

Niets te melden

14 MEI 1951

Ik vertrok met de bevoorrading voor de manschappen, deze waren over een afstand van 16 Km verspreid. Om 21.00 uur was ik terug.

15 MEI 1951

Nog dezelfde job, met dit verschil dat ik mijn vier keukenfornuizen aan de Imjin moest achterlaten, het was nu terug gewoon C - rations.

16 MEI 1951

De manschappen keerden terug naar hun oude stelling.

17 MEI 1951

We maakten ons klaar voor een Chinese aanval.

18-19 MEI 1951

Alles bleef kalm

21 MEI 1951

patrouille activiteit

22 MEI 1951

Niets te melden

23 MEI 1951

De helft van het kader mocht naar Seoul, de tweede helft op 24 MEI 1951

25-27 MEI 1951

Volledige stilte

28 MEI 1951

Terug naar het front

29 MEI 1951

Onze stellingen waren in de nabijheid van de Imjin waar wij ons eerste gevecht hadden meegemaakt. Het was een zeer gevaarlijk terrein. Wij bezetten een grote rots, ook voor ons een mysterieuze rots. Gedurende de maand April waren er op deze rots 600 Engelse soldaten gesneuveld.

30-31 MEI 1951

Het was zeer kalm nu

01 JUNI 1951

De Cie. A en B hadden een verkenning gedaan waarbij zij onder vijandelijk vuur werden genomen, 1 ste Sgt. Jolly en soldaat Terdeuze sneuvelden. Beide Cie's keerden terug naar hun basis en waren van mening dat de vijand in grote getale aanwezig was.

De Chinezen hadden zich op 6 km ter hoogte van de 38ste breedte graad ingegraven, om duidelijk te zijn: "ten noorden van de Imjin". De overtocht gebeurde met zes aanvalsboten. Het was reeds 11.30 uur, men was er eindelijk in geslaagd om een kabel te spannen, die het over en weer varen mogelij kmaakte.

Een peloton van Lt. Frére werd naar voor gestuurd tot op korte afstand van het dorp CmN-MOK-CHONG. Hier werden zij door een goed verborgen tegenstander plots met automatische wapens onder vuur genomen. Het peloton was als het ware aan de grond genageld en leed verliezen. Het 3de peloton van de B Cie. werd naar voor gestuurd om het peloton Frére te ondersteunen en op te vangen. De vijand begon zich nu echt op te dringen door langs alle kanten te infiltreren. Het peloton Frére was genoodzaakt zich terug te trekken ter van hoogte NOGANG-NI. Het was 16.00 uur en de B Cie. had zich eveneens in het bruggenhoofd teruggetrokken.

De overtocht ving aan wat niet eenvoudig was door de hevige stroming. Omstreeks 19.45 uur sloot de commandant van de Cie. met zijn laatstemanschappen de terugtocht af over de Imjin.

Tijdens het verloop van die dag bad de vijand zich uitzonderlijk sluw en moedig getoond, dit door op een prachtige wijze hun voordeel uit te buiten, vooral door de kennis van het terrein.

De B Cie. had één dode en één zwaar gewonde te betreuren. Na deze operatie verbeterde het Bon zijn posities, patrouilleerde binnen zijn zone en hield ook de waterstand in het oog.

05 JUNI 1951

De Ulsters pasten dezelfde tactiek toe met hun gevechtspatrouilles, maar stuitte ook op dezelfde tegenstand met dezelfde moeilijkheden.

15 JUNI 1951

Het Bon ontving de opdracht om in de diepte te patrouilleren op de linker grens van de Brigade Sector tot op ongeveer 5 Km ten Noord-Westen van de Glosters Crossing. Op 19 juni werd Commandant Poswiek gedood door een ongeval met zijn jeep.

24 JUNI 1951

Verkenningstocht met het ganse Bataljon.

09 JULI 1951

Nieuwe verkenningen, er werden verschillende sweeps gedaan, de defensieve stellingen werden klaargemaakt.

17 JULI 1951

Voerden wij een sweep uit en hadden als opdracht het dorp Sogu-Ri en heuvel 152 in te nemen. Om 06.30 uur gebruik makende van de tanks van het VIII Hussars trokken wij de rivier over en zetten voet aan wal bij de ingang van de vallei. Wij kregen echter het bevel de terugtocht aan te vatten. Om 22.00 uur staken de laatste elementen de Imjin over. Op het einde van de maand juli vervoegden wij een andere Divisie.

29 JULI 1951

Het Bataljon richting Imjin, twee pelotons van onze Cie. werden overgezet, wij keerden al diezelfde dag terug.

Oversteken de Imjin rivier
Terug te trekken over de rivier Imjin
 

0l AUGUSTUS 1951

Het Bataljon verliet de defensieve stellingen die wij gedurende twee maanden bezet hadden. De stellingen waren fantastisch ingericht . Het

bataljon ging in reserve.

03 AUGUSTUS 1951

Wij vertrokken terug op sweep en brachten de nacht door op de Zuidelijke oever dit om klaar te zijn om 's anderdaags bij het krieken van de dag de

stroom over te steken.

04 AUGUSTUS 1951

Onze Cie's staken de stroom over op een groot vlot bestaande uit acht boten. Om 08.00 uur was het Bataljon op zijn bestemming, het was de Kam van Koch'on, wij hadden daar nog gestreden op 17 juli. Wij hadden heel veel pech, het begon te regenen en die zou zonder onderbreken meer dan zestien uur aanhouden. Onze loopgrachten stonden onder water. Wij hebben daar vier dagen zonder voedsel gezeten.

De laatste dag had er een parachutage plaats, eindelijk bracht men ons voedsel, wij moesten enkel nog de andere oever bereiken.

De Cie's trokken zich methodisch terug, de een na de andere en in een paar uur tijd was iedereen terug aan de rivier. Het oversteken ging zeer langzaam. Om 18.30 uur was iedereen terug. Alhoewel wij daar vier dagen en nachten hadden doorgebracht zonder eten waren er bij onze terugkeer een massa rantsoenkisten die gedropt werden met valschermen, meestal werden slechts de sigaretten en drank meegenomen. Iedereen wou zo snel mogelijk uit deze hel zijn.

19 AUGUSTUS 1951

Wapenschouwing van het Bataljon.

20 AUGUSTUS 1951

Vertrek van het lste Bataljon naar Pusan waar ze op 25 augustus zullen inschepen, voor hun terugkeer naar België. Een vijftigtal Offn, O/Offrn, Korporaals en soldaten bleven nog in Korea met daarbij de D Cie.

21 AUGUSTUS 1951

Wij vertrokken naar Chango-Ri waar de reorganisatie en training zou gebeuren. Ik kreeg het bevel over de mortieren en het kanon zonder terugslag. Dit laatste was een geweldig wapen, men kon het perfect instellen, elk schot was in de roos. Ik was voorlopig pelotonsoverste bij gebrek aan Officieren. De training duurde tot eind september. Onder vorm van een tactische oefening verplaatste het Bataljon zich van Chango-Ri naar Chung DI.

29 September 1951

Grote wapenschouwing, Generaal Van Fleet, commandant van het gste leger, vergezeld van Generaal 0 'Daniel, Commandant van het 4de Corps en Generaal Soule, Commandant van de Derde Divisie, overhandigden aan ons Bataljon de eervolle vermelding van de President van de Verenigde Staten van Amerika voor onze inzet tijdens de gevechten aan de Imjin van 20 tot 26 april 1951. Een Blauw lint werd aan het Korpsvaandel gehecht. Vervolgens

ontvingen vijf veteranen een ereteken te weten:

Lt. Janssens ----------------------- Silver Star

1 ste Sgt. Leiding-------------------Silver Star

1 ste Sgt. Van Damme------------ Bronzen Star with Letter V

1 ste Sgt. Van Hamme------------ Bronzen Star with Letter V

Kpl. Leunis------------------------- Bronzen Star with Letten V

De heuvels van Haktang-Ni werden aan ons bataljon toegekend teneinde er een patrouillebasis in te richten. Dit zou de verkenningen vergemakkelijken en het oprukken in de vlakte mogelijk maken. Het bataljon bestond uit twee Cie's met daarbij een zware wapens Cie ..

07 OKTOBER 1951

Wij bezetten ten westen van Convon de heuvel 362.

10 OKTOBER 1951

Wij bezetten de heuvel Broken Arrow. De Polli Bong ten noorden door een sterke voorpost bezet. Enkele ogenblikken na onze aankomst begon een Chinese artilleriegeschut kaliber 76 een storingsvuur op onze stellingen. Dit vuur zou blijven duren tot 17.30 uur.

Soldaat Bogaerts werd hierbij gedood en vier anderen werden gekwetst. Tegen drie uur werd de stilte van de nacht verbroken, een dertigtal mortierbommen vielen op de B en C Cie. Na dit bombardement kwamenenkele Chinezen de stellingen verkennen.

11 OKTOBER 1951

Om 13.00 uur kwam het geschut, kaliber 76 in actie. Elk schot kwam zowel in de B als in de C Cie. Hier zullen de verliezen zwaar worden. Een treffer tegen de rotsen boven het peloton van de C Cie. veroorzaakte de dood van Lt. Van Den Driessche, van lSgt. Schouterden en de soldaten Van Puymbroeck en De Groot.

In de namiddag werden nog negen manschappen waaronder vijf Koreaanse soldaten gekwetst. Tot laat in de nacht vlogen de helikopters heen en weer om de gekwetsten te evacueren.

De Generaal Seoule, Divisiebevelhebber, was zo danig onder de indruk van het hevige vuur dat hij aan boord ging van een helikopter om de toestand in ogenschouw te nemen.

De Chinezen kenden onze stellingen en ook onze getalsterkte. Onze veldwerken waren nog onvoldoende. Zoals venvacht werd eerst de B Cie. bestookt met mortiervuur 60mm. Terzelfder tijd vielen ook granaten op de CP van het Bon.

Dit bombardement werd weldra gevolgd door twee aanvallen, elk van twee pelotons. De eerste aanval had plaats tussen de B en de C Cie. Dankzij de inzet van de manschappen werden de Chinezen met een handgranaat gedood. Tijdens de nacht sneuvelde soldaat Cbiry en waren er zes gekwetsten.

12 OKTOBER 1951

Omstreeks 23u30 brak er een zware aanval los op de Cie. zware wapens. Een peloton bezette een rotsacbtige kam van 100 à 150 meter, de stelling was amper 10 à 20m breed. Het was dankzij de moed van twee van onze mannen, een Sgt. en een Korporaal (die met hun vlammenwerper de vijanden aanvielen). Eén van de twee ging nadat zijn vlammenwerper leeg was terug om een tweede te halen. De Sgt. liet hierbij het leven. Dit was echt een staaltje van dapperheid.

17 OKTOBER 1951

Niets te melden, gewoon waarnemen zoals het moet wanneer men een stelling bezet. Het waren in wezen op de eerste plaats uitkijkposten en verdedigingsposten en uiteindelijk ook om te rusten. Hier diende men rekening te houden met het aantal man dat een stelling bezet.

Het terrein kennen was zeer belangrijk, zowel bij aanval of tegenaanval. Deze toestand duurde zo tot 11 november 1951.

12 NOVEMBER 1951

Wij werden afgelost door de Amerikanen en keerden terug naar de 3de Divisie en gingen in reserve met het 15de Infanterie Regiment.

14 NOVEMBER 1951

Ik verliet het bataljon en vertrok per trein met nog enkele O/Offrn naar Pusan. In de nacht werd bet station in de nabijheid van Taegon door Partizanen aangevallen. Wij bleven kalm in de trein gedurende de ganse nacht en bij het krieken van de dag vertrok de trein verder, bestemming Pusan.

15 NOVEMBER 1951

Wij kwamen aan te Pusan en wij werden ondergebracht in een Brits kamp, daar vernamen wij dat we pas op 21 november 1951 zouden afvaren richting home.

21 NOVEMBER 1951

Om 14.00 uur verlieten wij de haven van Pusan, richting huiswaarts, dat zal nog wel een heel tijdje duren, maar wij zouden nog veel te zien krijgen. Tenslotte waren wij gezond uit de strijd gekomen, persoonlijk zal dit eeuwig in mijn geheugen gegrift blijven. Vooraleer onze terugtocht verder te schrijven, wou ik toch nog wat meer informatie geven over de boot Empire Fowey. Een ware toeristen boot 1 ste Klas, wij voelden ons als koningen in alle

comfort. Het was een droom.

22 NOVEMBER 1951

Wij vaarden voorbij de kust van Formosa.

23 NOVEMBER 1951

Wij legden aan te Hongkong en maakten een rondgang door de buurt van de haven. Onvoorstelbaar maar het was zo, de vreemdelingen gooiden een muntstuk in zee en die kleine rakkers doken de diepte in en brachten het geldstuk naar boven. Zij mochten dit natuurlijk behouden. Hun aangezicht en vooral hun ogen zagen er verschrikkelijk uit, dit kwam door het vele duiken in zee. De volgende dag deden wij een uitstap en lieten ons rijden in een Riksja.

28 NOVEMBER 1951

Omstreeks 08.00 uur legden wij aan in de haven van Singapore. Wij mochten het schip echter niet verlaten daar wij om 14.00 uur terug afvaarden.

02 DECEMBER 1951

Omstreeks 08.00 uur vaarden wij de haven van Colombo binnen. Om 09.00 uur mochten wij het schip verlaten. Het deed ons goed maar jammer genoeg was het snikheet. Om 16.00 uur verlieten wij de haven van Colombo met bestemming Aden.

Wij legden aan in de haven van Aden. Wij hadden vier uur vrij om iets van Aden te zien. Gelijk een goede Belg die altijd iets meebrengt waren het bij ons ganse trossen bananen. Wij hadden er zoveel meegebracht dat wij ze later over boord moesten gooien, typisch Belgisch. Om precies 19.00 uur vaarden wij de haven van Aden uit.

10 DECEMBER 1951

Aankomst in Suez.

11 DECEMBER 1951

Vertrek Suez.

DECEMBER 1951

Aankomst in de haven van Southampton, van daar naar het militair vliegveld, daar stond een Dakota DC3 van de Belgische luchtmacht ons op te wachten. Het was uiterst slecht weer, de zichtbaarheid was zeer slecht, daar het de dag later kerstmis was en onze familie en vrienden op ons stonden te wachten, had de piloot het toch aangedurfd om ons naar België over te vliegen. Wij waren de piloot en zijn Co piloot en andere leden nog altijd zeer dankbaar daarvoor.

HET WAS EEN GEWAAGDE VLUCHT MAAR DE PILOOT WAS WERKELIJK EEN UITSTEKENDE PILOOT! ©

EINDE V AN MIJN AVONTUREN ! ©

Imjin : Foto van Chinese aanval ( uit Buddy's bunker)

 

Een patrouille in de barre winter in Korea (foto padre)

 

Andre Van Damme, owner of the bronze star medal for heroism on 23 April 1951 near Idong, Korea

"Toen ik op 31 december 1950 in Pusan aankwam en ik het land zag dacht ik bij mezelf wat ben ik hier komen zoeken.

In 1983 ben ik voor het eerst terug geweest in Korea, ik kon mijn ogen niet geloven. Ik heb geweend van ontroering. Daarom ben ik fier dat ik een heel klein beetje heb bijgedragen aan de bloei van dit land.