Tussen februari en juli 1949 ondertekende de regering van Israël wapenstilstandsovereenkomsten met Egypte, Libanon, Jordanië en Syrië. Volgens deze overeenkomsten werd 78% van wat Mandatory Palestine was, onder Israëlische controle geplaatst. In ruil voor vrede mocht Jordanië de controle behouden over het bergachtige gebied dat voortaan bekend staat als de Westelijke Jordaanoever, dat het op 24 april 1950 eenzijdig annexeerde, terwijl Egypte de kuststreek die bekend staat als de Gazastrook bleef bezetten. Na deze overeenkomsten erkende de Lausanne-conferentie van 1949 alle gebieden onder Israëlische controle om deel uit te maken van Israel.