Het Indonesische leger dooft de Republiek Zuid-Maluku uit, hoewel guerrillastrijders jarenlang op grote schaal op de eilanden blijven. In de nasleep gaat de Nederlandse regering akkoord met de hervestiging van vele Molukse KNIL-militairen en hun families - ongeveer 12.500 mensen in totaal - in Nederland, met de bedoeling om ze ooit naar Indonesië te repatriëren.